Troost rouwt wat af, maar in de boekenweek is dat anders

Ooit, lang geleden, zaten mijn vader en moeder in de trein. Hij las een boek, zij staarde dromerig uit het raam naar het landschap dat traag voorbijtrok. Toen pa zag dat ma niets deed, scheurde hij zijn boek in tweeën en gaf haar een stuk. ‘Hier, heb je ook wat te lezen’, zei hij tot grote hilariteit van de andere reizigers en, jaren later, van zijn zoon.
Of het door dit voorval komt, weet ik niet, maar ik ben nooit een boekenfetisjist geweest. Zo’n figuur dat de facsimile uitgaven van Menno ter Braak koopt, in de kast zet en er hooguit een keer doorheen bladert, wekt bij mij medelijden op. Een boek is een gebruiksvoorwerp waar je met zorg mee omgaat, alleen heel mooi uitgegeven exemplaren verdienen het om als iets kostbaars behandeld te worden. Het gaat primair om de ideeën die erin te vinden zijn, de vorm is secundair.
Ik moest dan ook hard lachen toen ik bij iemand binnenstapte die zijn uitgebreide collectie in rijen vanaf de grond tot aan het plafond had opgestapeld. Deze methode van opslaan is origineel maar wel erg onhandig. Wil hij een roman die onderop ligt, nog eens inkijken, dan is dat een lastig gedoe met voorzichtig trekken en de rest tegenhouden. Voorwaar, je weet dat je een boek ter hand neemt.
De handelaren die op markten hun tweedehands boekwerken uitstallen, gaan ook erg nonchalant met hun waren om. Kisten vol staan ongeordend, met de ruggen omhoog. In een winkel doen ze dat anders. Netjes staan de boeken op de schappen, geordend naar onderwerp of leeftijdcategorie. Ook bij boekhandel Polman in Bemmel staan ze keurig in het gelid. Creatief zijn ze bezig geweest om al die categorieën een passend etiket te geven. Mooie, goedleesbare bordjes op de plank wijzen de bezoekers de weg door het labyrint van informatie. Op één etiket las ik ‘rouw/troost’. Daar gaat ie weer, dacht ik. Wordt mijn naam opeens gekoppeld aan droefgeestige zaken als treurnis, smart, euthanasie en de dood.
Schreef ik eerder dat een naam leed voor heel het leven kan zijn, gaan ze in Bemmel het vuurtje nog eens opporren. Maar het kan nog erger. Jaren geleden bracht ik een broek naar de kleermaker, vroeg de reparateur naar mijn naam. ‘Troost’, zei ik me van geen gevaar bewust. Begon die man te hikken van het lachen. Het viel nog mee dat ‘troost, proost’ me bespaard bleef.
De balans is omgeslagen. Leidde mijn naam vroeger tot veel jolijt, wordt die nu geassocieerd met leed & tranen en met de zin van het leven.
De boekenweek komt eraan. Bestorm bibliotheken en winkels. Laat uw ogen langs de schappen gaan, laat u leiden door uw intuďtie en mijd etiketten, vooral als er ‘troost’ op staat. Laat u verrassen door de inhoud. En leg het boek na lezing thuis boven op de stapel.

terug

volgende