Een stoffige lente

In de lente verandert alles, maar ik niet. Iedere psychotherapeut kan erover meepraten, want de wachtkamers van het Riagg zitten vol. Bloemen schieten uit de grond, de eenden in de vijver jagen achter elkaar aan en de frisgroene bladeren hangen alweer voor het raam van mijn werkkamer. Dat groeien gaat vanzelf, maar ik moet het zelf doen. Niet de herfst is de tijd van depressies, maar de lente.
Om het allemaal nog erger te maken, valt de zon in brede stralen door het raam. Overal zie ik stof, in de boekenkast nog wel het meest. Een bijna onmogelijke taak om dat schoon te maken. Wees niet bang: ik sta niet hoog in de dakgoot, want ik volg het advies van een Schot die ik jaren geleden ontmoette. De herfst duurt bij ons in Schotland van oktober tot mei, vertelde hij me. Gelukkig hebben we whisky.
De lente wordt nog ellendiger door het bezoek aan een vriend van wie de zoon is overleden. Met donkere wallen onder zijn ogen vertelde hij me dat het leven anders is geworden. Ook de drank lustte hij nu graag, daarvoor trouwens ook al.
In het appartement van mijn vriend vielen de zonnestralen in bundels binnen, zodat alle boeken en stapels aantekeningen op zijn bureau akelig onder het stof bleken te zitten. De muren mochten weleens geverfd worden. Een interieur is niets voor de zomer, maar is gemaakt voor de avond. In de binnenvallende zonnebundels zag ik miljoenen stofdeeltjes zweven. Word ik ooit de baas van de wereld, dan schaf ik het stof af, nam ik me als kind al voor.
Zonnestralen zijn überhaupt al droevig makend. Als kind staarde ik in de kerk naar de zon die door het glas-in-lood met afbeeldingen van heiligen viel. Het veroorzaakte een akelig gevoel rond mijn middenrif. Ik besloot toen direct om atheïst te worden. Ik heb de kerk niet nodig om eraan herinnerd te worden dat ik tot stof zal vergaan.
Maar het is niet alleen kommer en kwel in de lente. Loop ik bij Boekhandel Polman in Bemmel binnen en zoek vermoeid naar het plankje ‘rouw/troost’, dan bieden ze me gastvrij koffie aan. Ooit zal zo’n kop koffie over een boek sodemieteren, denk ik dan, zodat ik verplicht ben het te kopen. Zo werd eens aan mijn aarzeling om ‘Het fascisme en de nieuwe vrijheid’ van Jacques de Kadt te kopen ruw een einde gemaakt, omdat mijn dochtertje van twee het boek met haar ijsje besmeurde.
Om u een beetje in de lentestemming te krijgen raad ik Rogi Wieg aan. Een dichter die volle zaaltjes trekt met verhalen over zijn psychische nood en zelfmoordpogingen. Zijn psychiater komt dan meestal mee en geeft een wetenschappelijke verklaring over Rogi’s gedrag. Rogi zit er dan een beetje beteuterd bij.
En als ik het dan toch over zelfmoord heb, dan kan ik niet om Jeroen Brouwers heen. Suïcide is zijn handelsmerk. Hij schreef een lijvig boek over auteurs die het gedaan hebben, ‘De laatste deur’.
Om het tij te keren trek ik uit mijn boekenkast het lenteboek bij uitstek: ‘Mei’ van Herman Gorter. Ik blaas het stof er af, want behalve voor de verplichte lijst op de middelbare school lees je zo’n boek nooit meer.
Kijk ik op van mijn boek, dan zie ik eindeloze hoeveelheden stof in brede banen zonlicht door mijn kamer dwarrelen. Was het maar weer herfst.

terug

volgende