De nieuwe macho's

Kom ik in een doe-het-zelf zaak, dan voel ik me pas echt een man. Ik maak me extra breed als ik uit mijn met vier wielen aangedreven Hummer stap en kijk in mijn voor de gelegenheid speciaal aangetrokken geblokte overhemd rond alsof de wereld van mij is. Het portier van mijn bolide gooi ik met een stevige klap dicht wat bij de omstanders niet onopgemerkt blijft. Ik loop met besliste pas naar het gebouw, achter mij ontvlamt mijn auto bijkans als de knipperlichten enkele keren ontbranden ten teken dat ik op afstand de portieren afsluit. Het monster met donker getint glaswerk wacht gelaten op zijn baasje, als een hond die op de stoep van een slagerij weet dat hij niet welkom is.
In het doe-het-zelf centrum voel ik me helemaal op mijn gemak. Ik kijk met een deskundige blik, het personeel groet me eerbiedig. Vrouwen loeren verlangend naar me, als ik een zak cement van wel vijftig kilo met gemak op mijn schouder leg.
Een egostrelende wereld, maar ik krijg concurrentie. De Mabel-generatie komt er aan.
De Mabel-generatie, zo hoorde ik een onderzoekster op de radio vertellen, is genoemd naar onze eigen prinses Mabel. Het zijn pittige dames van voor in de dertig, hoog opgeleid en ze hoppen op de nationale en internationale markt van de ene goede baan naar de andere, waarbij ze hun charmes graag in de strijd gooien en zelfs beteuterd kijkende prinsen om hun duur beringde vingertjes winden. Van mooie auto’s met lichtmetalen sportvelgen schijnen ze te houden. ‘Dat valt me een beetje van ze tegen’, zei de al wat oudere interviewster die ooit een cultuurprogramma op teevee presenteerde. ‘Ze lijken de macho-allures van mannen te kopiëren.’
De Mabels hebben ook zo hun eigen kijk op de man-vrouwverhouding. Lijdzaam afwachten tot er iets gebeurt, is er niet bij. Ze gaan doelgericht op de versiertoer, soms in groepsverband. Het komt voor dat ze samen hun prooi omringen en hem betasten of het wel een lekker ding is. ‘Zo’n jongen wordt dan natuurlijk knap zenuwachtig,’ meldde de onderzoekster lachend, hetgeen bij de interviewster een opgewonden ‘oh jee’ ontlokte.
Om kort te gaan, de Mabel-generatie bestaat uit lekkere wijven die zelfbewust het glazen plafond doorboren door regelmatig naar de bodem van een goed gevuld glas te staren. Ze hebben geen moeite wat euro’s kapot te slaan en bewegen zich voort in snelle auto’s die zich met mijn jeep gemakkelijk kunnen meten.
Het zal niet lang meer duren, of ze domineren ook mijn eigen Praxis, evalueerde ik onlangs in mijn nachtelijke tuin de Mabeltjes. Nadenkend gooide ik nog wat aanmaakblokjes extra in de vuurkorf. Om me heen zag ik plotseling enkele elegant en vooral duur geklede vrouwen opdoemen die langzaam maar zeker op me af kwamen. De kring werd nauwer en nauwer tot ze me konden betasten. Ik hoorde ze mompelen dat ik goed was, waaraan ik, natuurlijk, nog nooit getwijfeld had. ‘Zullen we iets leuks gaan doen?’ fluisterden ze in mijn oor. ‘Samen een mooi boek lezen, bijvoorbeeld? In de winkel heb ik enkele prachtige boeken over Ferrari’s en Bugatti’s aangeschaft. Of zullen we wat pittigers proberen, iets met woorden die zinnen vormen waaraan je een betekenis kunt geven?’ We kropen bij elkaar rond het inmiddels opgelaaide vuur. ‘Wat zijn die aanmaakblokjes van de Gamma toch goed hè’, zei een van hen zachtjes. ‘Komen jullie daar ook al?’ antwoordde ik verschrikt. ‘Ach’, merkte een andere fee op, ‘het gaat alleen maar om het idee, de rest is vorm. Maar reken erop dat we er wél in geloven.’

terug

volgende