De misplaatste klant

Op een universiteit, waar ik regelmatig kom, praten ze niet meer over studenten maar over klanten. Ooit voor een mondeling tentamen binnengeroepen met de woorden 'de volgende klant'? U zou zich op de markt bij de viskraam wanen. Volgens het woordenboek is een klant een vaste bezoeker of een koper, en een student iemand die zich ergens op toelegt.

Klanten en studenten worden door een heel ander motief gedreven. De eerste categorie koopt bijvoorbeeld een makreel, de tweede wil iets leren, waarvoor ze weliswaar collegegeld betaalt, maar dat is een ordinair afgeleid verschijnsel (in beleidstaal: randvoorwaarde) waarvoor een rijke, beschaafde samenleving zich zou moeten schamen. Alleen als iemand bij een viskraam komt om in opdracht van school de constructie van het bouwwerk te bestuderen, is die persoon een student. Laat hij en passant een haring in zijn keelgat glijden, dan is hij ook een koper en, naar ik hoop, een genieter. Dit betekent niet dat alle genieters studenten of kopers zijn. Loopt de genieter zonder af te rekenen weg, dan is hij een dief. Wat weer niet betekent dat iedere dief een genietende student is.

Kortom, elk woord heeft een specifieke betekenis die je moet waarderen, wil je begrijpelijk met elkaar praten. Dat je een universiteit zoiets moet voorhouden, is niet zo eigenaardig. Niet de hoogleraar is daar de baas, maar de commerciŽle boys van de afdeling Marketing. Leren is voor hen een randvoorwaarde, want als bedrijfsmatig denkend mens verkoop je tegenwoordig het product studie, toch?

Genoemde taalvervlakking staat niet op zichzelf. Bij mij om de hoek is een ROC. De leerlingen heten daar deelnemers. Staart een leerling tijdens de les dromerig naar de wolken - ik heb me daar vroeger op school veel mee bezig gehouden -, dan zal die wel een diploma krijgen, want dat hij zich ergens op toe moet leggen is het management kennelijk vergeten. Ook in de nieuwe statuten van de school waarvan ik bestuurslid ben, worden leerlingen en hun ouders cliŽnten genoemd. Ik had de notaris beter in de gaten moeten houden.

Het woord cliŽnt heb ik voor het eerst verdacht gevonden, toen patiŽnten van psychiatrische instellingen zich zo gingen noemen. Wat is er tegen patiŽnt? Of je nou opgenomen bent voor een blindedarmoperatie of wegens wanen in het hoofd, de behandeling wordt toch uit dezelfde pot betaald? Waarom opeens zo quasi-taalkundig doorgedacht? We verdoezelen toch zo graag de inhoud door er een bedrijfseconomisch sausje over heen te gooien?

Niet gespeend van opportunisme ben ik geneigd mee te gaan met deze vorm van taalverloedering. Als vader van twee dochters ben ik er een groot voorstander van om een leerling niet cliŽnt maar patiŽnt te noemen. Dan kan ik de ouderbijdrage bij de ziektekostenverzekering declareren.

terug

volgende