Maand van de filosofie

Bij het bezoek aan de website kreeg ik al direct de kriebels. 'De Maand van de Filosofie begint een gevestigde traditie te worden'. Een krakende zin met een onvervalst pleonasme, want een traditie is per definitie gevestigd. En is er niet sprake van een contradictio in terminis? Want een traditie kan nooit beginnen, maar je kunt alleen maar hopen dat iets een traditie wordt. Om de puntjes op de ie te zetten: waarom het woord filosofie in de titel met een hoofdletter? Kortom, ergernis en ik kan me helemaal vinden in de opmerking van een filosoof in het dagblad Trouw dat, gezien de populaire items die de Maand als filosofisch biedt, april nou niet bepaald de periode van de reflectie belooft te worden. Zo'n Maand van de filosofie is onzin, betoogt hij, want denken over het leven doe je altijd en overal, van je geboorte tot je dood, en niet alleen in enkele weken per jaar tussen popiejopiefiguren in de Nacht van de filosofie, waar met drank en jolijt een quasi-diepzinnig boompje wordt opgezet en de Socrateswisselbeker wordt uitgereikt aan bijvoorbeeld zo'n televisiewijsneus als Maarten Doorman. Wel een leuke naam voor die prijs, want de oude Socrates verliet het leven na het leegdrinken van een gifbeker. De winnaar van vorig jaar, de socioloog Dick Pels (nota bene met De geest van Pim), heeft die hint niet begrepen. Dat Pels toen winnaar was, doet mijn sociologenhart goed, want de filosofie speelt de laatste jaren toch al veel te veel leentjebuur bij mijn oude liefde.
De beoefenaren van de filosofie hebben pretenties. Terwijl de meeste wetenschappen zich met een bijzonder ingewikkelde werkelijkheid geconfronteerd zien waardoor specialisaties in het vak onontkoombaar zijn, worden veel filosofen weer generalisten en praten over alles mee. Ze willen het al bestieren door elk mogelijk onderwerp, ook het meest ordinaire, te doorvorsen. Wat dacht u van Twaalf huishoudelijke apparaten, een wijsgerige beschouwing van gasfornuizen, potten, pannen en de magnetron? Jan Vorstenbosch gooit het in dit boekje niet, zoals zijn vakgenoten doorgaans doen, op de wereld buiten, de natuur of menselijke relaties, maar werpt zich op de apparaten die ons huiselijk leven domineren. De wasmachine relateert hij aan Heidegger, de afzuigkap aan Kant en strijken - een hobby van me - moet ik niet alleen als een nuttige maar zelfs als een zinvolle bezigheid zien. Vorstenbosch definieert de stofzuiger als een soort tussenwezen tussen mens en dier.
Is zo'n brullende derivaat van het menselijk ras gelukkig? Die vraag zou je van zijn vakgenoot Klaas Rozemond kunnen verwachten. In Filosofie voor de zwijnen stelt hij met woord en beeldende kunst de vraag wie nou het gelukkigst is: de professionele denker, de onverzadigbare mens of het varken dat zich met genoegen in het slijk wentelt. Het boek sluit naadloos aan bij het thema van de Maand: Overvloed & Onbehagen, een probleem dat ongeveer twee decennia geleden al door Simon Schama in een boek met dezelfde titel aangekaart is.
Het onderwerp spreekt me wel aan. De mens die nooit genoeg heeft, de wereld leegrooft en de natuurlijke bronnen uitput op zoek naar persoonlijk geluk. Ook ik eet te veel, ontkurkte dit weekend een fles te veel en heb over de inhoud van mijn portemonnee niet te klagen, maar toch ... er schort iets en ik weet niet wat. Soms dringt zich de gedachte op om het klooster in te gaan om daar in volledige rust te mediteren en lichaam en geest te teisteren met een eenzaam, arbeidzaam en onbaatzuchtig leven. De vrolijk lachende paters op de flesjes Trappist lonken, voorlopig zonder succes.
Maar in zo'n trappistenklooster is de gewone mensenwereld niet te ontlopen. Ook daar is het management dat de klok slaat, en wie trainen de paters daarin? De filosofen. Want, zo betogen ze, de gemiddelde manager is een leeg mens dat tevergeefs naar de zin van het leven zoekt. In het klooster zal dat niet anders zijn, denken die trainers, die er in hun slordige kledij vaak uitzien als pubers die vroegtijdig in de grote mensenwereld zijn losgelaten. Het gevolg van hun opdringerigheid is dat je tegenwoordig fraters frequenter met Plato voor managers dan met een missaal lopen ziet lopen, en wordt Kant vaker als adviseur aangeroepen dan de heilige Vincentius.
Wat je ook denkt van zo'n Maand van de filosofie, het levert enkele aardige, goed leesbare en voor de leek geschreven boeken op die aansluiten bij thema's die de mensen bezighouden. Maar na die Maand moet het weer afzien worden met het ware werk, zoals de wijsgerige kanjer als Sein und Zeit van Heidegger of de sociaal-wetenschappelijke diepgang in Totalitarisme van Hannah Arendt. Maak van april een licht verteerbare maand met Seneca voor managers of met Kant als adviseur. Daarna weer fris aan de bak met de echte filosofie. Dat dát een gevestigde traditie mag worden.


terug

volgende