De schemer daalt, kijk met opgeheven hoofd vooruit

Wat bezielt iemand om half mei bij dertig graden en de zon hoog aan de hemel over een sombere man als Jeroen Brouwers te schrijven? Veegt hij met zijn laatste feuilletons De schemer daalt niet alle hoop op een stralende toekomst naar de schroothoop? Nee, laat u niet vernachelen door wat zonnestraaltjes, de invallende schemer treft ons allen vroeg of laat. De schemer daalt toont bovendien dat er ook volop licht in de aanstormende duisternis kan zijn. Als je de kop maar weerbarstig, de ogen open en de oren wijd van het hoofd houdt, kun je fris van geest vijfenzestig worden. Jeroen bewijst dat maar weer, ook al laat hij met de titel van zijn nieuwe boek blijken dat het einde in zicht is.
Met de veelschrijver Jeroen Brouwers – romans, columns, essay’s, kronieken en zelfmoordstudies – maakte ik kennis door een teeveeprogramma over zelfmoord onder literatoren. Brouwers weet daar alles van en schreef daarover een prachtig boek met de niets verhullende titel De laatste deur. Nederlandstalige schrijvers die het gedaan hebben, worden daarin door hem uitgebreid beschreven. Over dit boek raakte ik halverwege de jaren tachtig aan de bar van een café in gesprek met een vrouw met wie ik later getrouwd ben. We leven allebei nog.
In het teeveeprogramma drentelden twee grote, vlezige mannen over een Belgisch kerkhof waar ze de graven bezochten van auteurs die met succes de hand aan zichzelf hadden geslagen. Nou is programmamaker Cherry Duins, de metgezel van Brouwers, beslist geen vrolijk type, maar Brouwers versloeg hem met vele lengten. Droefenis alom, als hij omstandig uiteenzette waarom Jan Emmens of Jacob Hiegentlich voortijdig deze wereld hadden verlaten. Het onweerde, de bliksem verlichtte de graven, maar Jeroen wist van geen ophouden. Het ijle trompetgeluid van Chet Baker begeleidde zijn relaas (jazzmusicus Baker kwam jaren later om het leven door een val uit het raam op de Amsterdamse Zeedijk; een ongeval of zelfmoord? Brouwers zal het weten). In het lokale bruine café waar Duins en Brouwers nog wat gingen drinken, viel de stroom bij hun entree uit. Het licht verloor het van het woord.
Jeroen Brouwers ben ik sindsdien blijven volgen. Dat is ook niet zo moeilijk, want hij schrijft altijd, zijn leven lang al, en publiceert veel. Op zijn eentje brengt hij om de zoveel jaar een tijdschrift uit. De schemer daalt is de zevende editie en die sprankelt zoals we van deze kritische geest gewend zijn. Wee degene die plagiaat pleegt, arme uitgever die de zwoegende schrijvers in zijn fonds niet met raad, daad en financiële gestes tegemoetkomt. Brouwers’ pen wordt dan in gif gedoopt.
Maar het boek bevat meer. Zwervend door zijn boekenkast geeft Brouwers in de herfst van zijn leven interessante beschouwingen over onder anderen W.F. Hermans, Ter Braak en Louis-Paul Boon. Harry Mulisch krijgt en passant een veeg uit de pan, omdat zijn research voor De ontdekking van hemel te wensen overlaat – hoewel Brouwers een bewonderaar van Mulisch is. Titels als Een korzelig grommen en De piranha van de onrust beloven niet alleen veel, maar geven de lezers ook wat ze toekomt: prachtige teksten geschreven in een jaloersmakende stijl.
Valt het dan toch wel mee, die invallende schemer? Zo te zien van wel. Op de cover van zijn nieuwe boek staat de oude bard en profiel met opgeheven hoofd en staart in de verte. Zal de zon voor hem ooit ondergaan?


terug

volgende