Ideeëloze bric-à-brac

De Nederlandse taal leeft, of ze het wil of niet. Immers, er komen massa’s woorden bij, omdat onze jeugd zo inventief is, en omdat woorden gelijk de wind over de grenzen waaien om bij ons tot half Engelse en half Nederlandse parafrasen getransformeerd te worden. Of dat niet genoeg spellingproblemen geeft, geven de geleerden van de Nederlandse Taalunie om de zoveel jaar onze taal een ware groei-injectie, alsof ze een wielrenner is die een loodzwaar leven niet zonder hulpmiddelen kan volbrengen.
Voorafgaand aan de fatale injectiedatum komen de geleerden van de Unie meermalen bijeen om in de krochten van hun linguïstisch universum een nieuwe spelling te forceren. Hun wereld houden ze zoveel mogelijk gescheiden van ons, gewone stervelingen, die amper kunnen begrijpen waarover het gaat, laat staan de ratio van hun beweegredenen kunnen bevroeden. Gniffelend steken de betweters elkaar de loef af met weer een woord dat anders gespeld kan worden, zodat de sadisten weer jaren plezier hebben, omdat ze ons elke dag weer op het verkeerde been weten te zetten. De rotzakken, ze lachen in hun vuistje.
Ideeënloos had ik net onder de knie, tot op 15 oktober het ideeëloos werd. De dames en heren van de Taalunie weten waarom, ik moet maar gissen. En de tussen-n gaat een ware ravage aanrichten bij het komende Groot Dictee der Nederlandse Taal. Bullebijter wordt bullenbijter, giraffenek wordt giraffennek en tegenwoordig is het paddenstoelvormig, terwijl u net wist dat de paddestoel veel lekkerder is dan het koekenbrood. Zo verwarrend is dit alles dat zelfs mijn aangepaste spellingcontrole van Word niet doorheeft dat de paddestoel een letter meer is geworden en de koekenboterham een graantje heeft moeten laten. Dat wordt naar hartelust (of is het gvd hartenlust?) wikken en wegen bij het Groot Dictee der Weifelaars.
Uit puur protest pak ik de cd-rom, die bij de nieuwe Van Dale zit, en oriënteer me op de eerste Van Dale uit 1864 van I.M. Calish en N.S. Calish, die daarop ook te vinden is, en schrijf: De liefhebbers van het boek (= ‘een aantal bladen [meest van gelijke grootte] tot één geheel vereenigd’) maken van het leven een ware leefkunde (= ‘leer der gezondheid’). Taalkundiglijk leed is er vooral de oorzaak van dat deze lieden vroeg de sappen uit hun ligchaam verliezen waardoor gaandeweg door verschrompelen zigtbaar wordt wat voor ledebraak (= ‘zeer zware arbeid’) taal wel niet is. De heffe des volks (= het laagste gemeen) die moeite heeft met al die taalhervormingen, zal de heeren van de Taalunie laten tjanken door ze te pijnigen door steeds weer nieuwe woorden te bedenken. Zodat de hervormers het wel zullen laten en uiteindelijk besluiten zich tot de gebarentaal (= ‘taal der vingeren, der oogen’) te bekeeren.


terug

volgende