Kiezen uit de hutspot

De gepensioneerde vrouw die ik ken, tuft enkele malen per week met haar auto naar Kleef om daar in een Kaufhaus goedkoop inkopen te doen. De wasmiddelen schijnen bij onze propere oosterburen maar een schijntje te kosten en ze zou een dievegge van haar portemonnee zijn als ze die spotgoedkope nootjes en chips zou laten liggen. De hele familie profiteert van haar uitgekiende consumentengedrag, want welk kleinkind heeft niet in Duitse billige luiers gelopen en gescheten? Dat ik dit doe, is mijn eigen keuze, rechtvaardigt ze haar gedrag.
Neoliberalen moet bovenstaande als muziek in de oren klinken. De kiezende mens die de godganselijke dag met de neus in de folders, partijprogramma’s en ziektekostenaanbiedingen zit om het beste voor zichzelf te kiezen en daarvoor grensoverschrijdend gedrag niet schuwt.
Sla je de hedendaagse literatuur erop na, dan is het gedrag van de gepensioneerde dame maar een beperkte visie op keuzevrijheid. In Vrijheid als ideaal maakt Pieter Hilhorst onderscheid tussen de keuzes die de marktwerking van ons verlangt, en die met onze identiteit te maken hebben. Na lang wikken en wegen je stroom bij een bepaalde energieleverancier afnemen, is wat anders dan je baan opzeggen om als mantelzorger aan de slag te gaan. Dat laatste zegt iets van je identiteit, het eerste iets over een kruideniersmentaliteit.
Hurenkamp en Kremer laten in Vrijheid verplicht een aantal onderzoekers aan het woord. Vrijheid om te kiezen draagt niet bij tot ons geluk, concluderen ze onder andere. Veel mensen die zich een lulletje voelen, omdat ze rijk en ongeïnteresseerd het niet kunnen opbrengen de aanbiedingen van ziekteverzekeringen en grootgrutters door te wroeten, zullen opgelucht adem halen. Wat beide auteurs na vele pagina’s concluderen, vroegen zij zich al lang af: wat is de waarde van keuzevrijheid?
Zo gemakkelijk komen deze lieden er niet vanaf. In Vrijheid verplicht wijst Eerste Kamerlid Jos van der Lans erop dat kúnnen kiezen een basiskwaliteit van het menselijk leven is. Zonder onderwijs, openbaar vervoer, elektriciteit en andere infrastructuur is vrijheid een leeg begrip. We moeten ons dus wat meer bewust zijn van de luxe die kiezen is. Overigens kun je je afvragen of Van der Lans het bestaan niet erg karig definieert. Is iemand die bijvoorbeeld in een klooster een arm en sociaal geïsoleerd leven leidt, een ongelukkig en onvrij mens? Leven zonder de tirannie van de consumptie lijkt me een weelde waarnaar ik meer dan eens verlang.
De komende lokale verkiezingen zijn ook een niet te versmaden keuzegerecht. Wel dertien partijen, geloof ik, kraaien bij ons in de gemeente Lingewaard slaafs hetzelfde: wij luisteren naar de burger, de burger staat centraal, natuurlijk lieve burger, u heeft gelijk.
En dan hebben we nog de mist waarin de politieke partijen zich hullen. Alle oude ideologieën worden door elkaar gehusseld. Neem die boekhandelaar in Bemmel. Hij staat op de lijst van een sociaaldemocratische partij. Je zou toch verwachten dat een ondernemer op een liberale club zou stemmen, namelijk op GroenLinks, de partij van Femke Halsema, de politica die door de liberale jongerenorganisatie JOVD tot dé liberaal van het jaar is gekozen.
Zelf heb ik aan al die onduidelijkheid meegewerkt door een ondernemersclub binnen de PvdA op te richten en de toenmalige liberale commissaris van de koningin Kamminga te vragen om de oprichtingsvergadering toe te spreken. Ten einde raad hief de arme man tijdens zijn toespraak de armen ten hemel, zich wanhopig afvragend waar de scheidslijnen van weleer gebleven zijn.
Voorbij de lokale hutspot blijft er op politiek gebied wel degelijk iets te beleven. Politieke denkers publiceren al enige tijd boek na boek en maandelijks wordt er wel ergens een denktank opgericht. Want het denken gaat door, een intellectueel heeft geen andere keuze.
Voor die bejaarde dame die dwangmatig op keuzetocht gaat, heb ik met de woorden van dichter Staring (1767-1840) een welgemeend advies: ‘Gefolterd hart, o staak uw angstig jagen!’