Beheersing

‘Sla een arm om me heen. Ik voel me zo verdomd alleen’. Die woorden uit een bekend Nederlands lied schoten door mijn hoofd, toen ik een tenger meisje van een jaar of veertien moederziel alleen van de turnmat zag weglopen. Ze was gevallen bij een viervoudige achterwaartse flikflak - wat op zich niet zo eigenaardig is. Zonder haar emoties te laten blijken, drentelde ze eenzaam naar de plek waar haar teamgenoten zich voorbereiden op hun oefening op de brug met gelijke liggers, de akelig smalle evenwichtsbalk of een sprong met diverse salto’s over het paard. ‘Sta’, riepen sommige meelevende toeschouwers, als een turnster haar oefening gedisciplineerd met beide armen schuin omhoog afrondde.

Beheersing is het codewoord. Al van jongs af aan leren turnsters streng over hun lichaam en geest te regeren. Elke beweging tijdens een wedstrijd is doordacht en talloze malen geoefend. Is die beweging frivool of sexy, dan ligt daar een weloverwogen idee aan ten grondslag. Zoals bij de vrije oefening op de mat waarbij duizelingwekkende, elkaar in razend tempo opvolgende handstanden worden afgewisseld met allerlei balletachtige figuren die rust en elegantie uitstralen.

Om dat tot in de perfectie te beheersen heeft een turnster discipline nodig. De top traint vaak jarenlang zo’n dertig uur per week. Om gecoacht te kunnen worden door een trainer van naam, bijvoorbeeld door Boris Orlov van GTV de Hazenkamp in Nijmegen, wonen de meisjes soms ver van huis in een gastgezin. Heimwee dient dan onderdrukt te worden, evenals de lust om naar de disco te gaan, de koelkast te plunderen of urenlang met het thuisfront te msn’en. Het gevolg is een mentale weerbaarheid die openlijk vertoon van teleurstelling voorkomt. Zelfs het feestje na een succesvol uitgevoerde oefening wordt kalm gevierd; vergelijk dat eens met het overdreven gejuich van voetballers na een doelpunt.

Ook het gedisciplineerde turnpubliek gaat zelden uit zijn dak, al was er op het NK Turnen in het Triavium (juni 2005) veel reden tot het tegendeel. GTV de Hazenkamp levert al enkele jaren toppers die op mondiaal niveau prijzen behalen. Op het Nederlands Kampioenschap in juni maakten ze met de podiumplaatsen hun reputatie volkomen waar. Voor Loes Linders, Verona van der Leur en vooral voor de onbetwiste nummer één Suzanne Harmes werd er dan ook langdurig maar ingetogen geapplaudisseerd.

Het succes van de Hazenkamp is gebaseerd op een doordacht breedtesportbeleid, dat geheel in lijn is met de ideologie van het linkse College van burgemeester en wethouders. Investeer in de massa en laat zoveel mogelijk mensen in georganiseerd verband sporten. Houd de stad in beweging waardoor de mensen gezond blijven. En misschien levert het nog topsporters op ook.

Als het om turnen gaat, slagen de gemeente en de Hazenkamp in hun opzet. De vereniging heeft meer dan 1200 leden die in verschillende gymzalen in de stad lenig kunnen blijven, en de club levert gerenommeerde turnsters. Deze zijn weer een voorbeeld voor anderen om in beweging te komen.

In de Nijmeegse politiek is, net als in de turnsport, beheersing het woord waar het om draait. Alleen heet het in beleidsjargon maakbaarheid. Ondanks dat hartverwarmende ideaal blijft dat beeld van dat eenzame meisje in die turnzaal onuitwisbaar op mijn netvlies staan: ‘Ik voel me zo verdomd alleen. Sla een arm om me heen’.

[Dit verhaal verscheen in Alle dagen feest, het boek met verhalen van evenementen in Nijmegen in 2005, het jaar van het 2000-jarig bestaan van de oudste stad van Nederland]