Op de hurken

Wat zou Willem-Frederik Hermans ervan gezegd hebben? Deze auteur was er een groot voorstander van dat literatoren op radio en tv hun zegje over van alles en nog wat konden doen. Zoals in Frankrijk, waar dat de gewoonste zaak van de wereld schijnt te zijn. Hermans heeft het niet meer mogen meemaken, maar tegenwoordig worden de media overstelpt met zijn collega’s uit de letteren en de filosofie. Waar hebben ze eigenlijk geen mening over?
Sinds kort mengt ook de theologie zich in het maatschappelijk debat. Heel slim, want er is emplooi genoeg. De vergrijzing slaat toe en de meeste babyboomers zijn opgevoed in een tijd waarin dominees en paters de gewoonte hadden te dreigen met hel en verdoemenis. Leefde je in zonde, dan volgde het eeuwige vuur, en eeuwig duurt on-ge-lo-fe-lijk lang, wisten ze er sadistisch bij te vermelden. De gelovigen rilden bij het vooruitzicht. Of je wilt of niet, de naweeën van zo’n opvoeding steken vroeg of laat de kop op, vooral in een periode waarin er alle tijd voor reflectie is: de oude dag. Het is dus niet zo gek dat theologen nu de gelegenheid te baat nemen om hun aloude stiel weer op te pakken, in een modern jasje, dat wel. En hoe vind je tegenwoordig aansluiting bij de massa? Door over voetbal te praten. Zij ook al? Ja, de theoloog heeft begrepen dat hij een stevig populistisch bruggenhoofd kan neerzetten door net te doen of voetbal iets religieus heeft.
In een magazine van de Radboud Universiteit bijvoorbeeld vertellen drie theologen over hun beleving met de bal en alles eromheen. Ongelofelijk hoe wetenschappers zichzelf te kijk kunnen zetten: geen aansprekende verhalen die de mens aan het denken zetten, maar vertelsels over hoe ze zichzelf identificeren met een voetbalclub. ‘Behalve voetbal is er niets mooiers dan praten over voetbal‘ weet een van de drie. Een wat oudere theoloog laat zich zelfs fotograferen met een bal in zijn nek, een kunststukje dat alleen coryfeeën als Ronaldinho en Robben beheersen, en tegenwoordig ook theologen na wat manipuleren met een digitale camera. Gênant om te zien hoe de voormalige elite die nog geen veertig jaar geleden de grote massa bij hun dagelijkse besognes spiritueel begeleidde, zich laat kennen. Voetbal heeft te maken met de individuele beleving van spiritualiteit, vinden ze. Je verzint het maar. Mijn vroegere godsdienstleraar legde tenminste nog de Bijbel uit. Die ging niet op de hurken zitten.
Juli is de maand van de Tour de France waar een sport beoefend wordt die tot de verbeelding spreekt en waarover schrijvers en een enkele wetenschapper mooie dingen gezegd hebben. De Italiaan Dino Buzatti bijvoorbeeld schreef De Ronde van Italië waarin hij de renners afschildert als soldaten die de vijand, de bergen, moeten overwinnen, en waarin hij de wielerhelden van die tijd, Bartali en Coppi, vergelijkt met Hector en Achilles. De socioloog Benjo Maso liet zich in Wij waren allemaal goden inspireren door de Tour van 1948. Beiden komen tot heel wat meer behartenswaardige beschouwingen dan de theologische waan van de dag.
Désanne van Brederode is een filosofe die bij W.F. Hermans in de smaak gevallen zou zijn. In haar pamflet Modern Dedain ergert ze zich aan het hedendaagse knielen voor wat de meute belangrijk vindt. Ik citeer: ‘De wetenschapper of kunstenaar die aan de tafel bij Barend en Van Dorp mag aan zitten, slaat een modderfiguur als blijkt dat hij geen verstand heeft van Ajax, niet weet wie Ali B. is en bekent dat hij tijdens de moord op Fortuyn zo druk bezig was met zijn werk in een atelier in Berlijn of aan een universiteit in Amerika…’. Mooi zo, Désanne, de kont tegen de krib. Aan de faculteit Theologie in Nijmegen hebben ze wat te lezen.




terug

volgende