Der lustige Witwer

Het gegeven is even eenvoudig als dramatisch. Amsterdams yuppenechtpaar van midden dertig krijgt te horen dat zij aan borstkanker lijdt en niet lang meer te leven heeft. Paniek natuurlijk, waarover Raymond van de Klundert onder het pseudoniem Kluun het boek Komt een vrouw bij de dokter schreef. Een roman die als warme broodjes over de toonbank ging, want liefde, ziekte en dood zijn ingrediënten die ons aanspreken. Kluun schrijft ook nog eens in alledaagse taal waardoor je je de aankoop van een woordenboek kunt besparen. Zijn succes noopte hem tot een vervolg, De weduwnaar, dat het eveneens in de top tien van de boekhandel uitstekend doet.
Het verhaal van De Weduwnaar is flinterdun, u had het zelf kunnen verzinnen. Na de dood van zijn vrouw gaan voor Kluun alle remmen los. Was hij al niet vies van een onenightstand tijdens zijn huwelijk en in de periode dat zijn echtgenote ziek was, na haar overlijden jaagt hij als een bezetene op het andere geslacht. Met succes, want Kluun weet dat zijn status als jonge, aantrekkelijke weduwnaar en eenzame opvoeder van een dochter scoort. Jonge vaders kennen dat wel: fiets je met een baby op straat, dan word je door menig aantrekkelijke dame een vriendelijke glimlach toegeworpen. Je ziet ze denken: wat een aardige man, wat is hij zorgzaam, had ik er ook maar zo een. De stap naar een tweepersoonsbed is dan klein, zeker voor Kluun die alle tijd heeft, want hij heeft zijn baan in de reclame een tijdje stilgezet en hij heeft geld genoeg om een au pair in te huren. Kluuns rouwverwerking wordt een periode vol seks, drugs & rock and roll.
Maar ook voor onze held zijn er grenzen. Hij komt bij een psychotherapeut, geen gewone, nee joh, een spiritueel therapeute, die hem begroet met de opmerking ‘Ik vind het fijn dat je er bent’, een groet het personeel van Albert Heijn waardig. Kluun zou Kluun niet zijn als hij niet terloops haar bedwaarde inschat, maar ze is al wat ouder en dus kan hij met haar praten zoals vroeger met zijn moeder.
Nou zou je denken dat een schrijver van een boek dat je met een beetje goede wil een psychologische roman zou kunnen noemen, zich terdege heeft verdiept in het hoe en wat van een therapeutisch gesprek zodat hij een gedegen verhaal kan neerzetten. Niets daarvan, Kluun komt uit een wereld van grote passen en snel thuis. Ook in dit hoofdstuk houdt hij het kort en blijft hij voorspelbaar. Terecht misschien, want die juffrouw heeft zo’n Kluun al gauw in de smiezen. Haar advies is ernaar: vluchten in seks en bedwelmende middelen helpt niet en ga op vakantie. ‘De liefde is dichtbij,’ weet ze ook nog. En Kluun gaat op vakantie, niet in de Achterhoek, maar in Australië, want in zijn wereld is alles groots en opgepoetst.
Als lezer denk je dan: nu moet de schrijver Kluun filosofisch alles uit de kast halen. Nu kan ik niet meer drie pagina’s tegelijk omslaan, want er is een kenner van leven en dood aan het woord, iemand die er als vader toch maar alleen voor staat. Maar ook nu houdt Kluun de verhalen simpel en de ideeën smal. Hij blijft zichzelf en denkt aan de brede doelgroep die zijn boek moet kopen.
Toch moeten we Kluun niet te kort doen. Zonder farmaceutische hulpmiddelen en gezelschap krijgt hij in Australië natuurlijk zijn catharsis. En ook het reizen met een dochter zonder het applaus van mooie dames valt hem zwaar. Maar iets verrassends daarover schrijft hij niet. Kluun keuvelt op het niveau van de teeveeserie het Big Brotherhuis. In dat programma zitten gewone mensen, opgesloten in een huis, met elkaar te babbelen in de trant van ‘Vind je het gek dat ik als getrouwde man nog wel eens naar andere meisjes kijk?’ Ook zijn omgang met zijn dochtertje is in feite niets anders dan het verslag van een vader die een dagje met zijn kroost naar de dierentuin gaat, al heeft hij het vanzelfsprekend niet gemakkelijk als de kleuter over haar overleden moeder begint. Het vroegwijze kind spreekt trouwens verdacht veel grote-mensentaal. En voor je het weet, zitten we al weer in het volgende hoofdstuk en lezen we in het ene sms’je na het andere welke relationele toekomst Kluun voor ogen heeft.
‘Kluun gebruikt woorden als mokerslagen’, staat op de achterkant van De weduwnaar. Kom, kom, alsof je na het lezen uitgeput in de touwen ligt. Toch is De weduwnaar een boek dat de tongen losmaakt. Het kent fans en haters, lezers die de roman na een half uur uit hebben, en adepten bij wie de pagina’s door tranen van ontroering doordrenkt zijn. Kluun komt uit de reclame: hij weet precies wat de mensen willen horen. Ook in de literatuur luisteren ze tegenwoordig naar de burger.