Bericht van een naderende dood?

Ook ik spoedde mij op een dag vóór Allerzielen - de dag waarop katholieken hun doden herdenken - naar het graf van de familie. Ik had het voor het uitkiezen, want we hebben er nogal wat. Door het leven wijs geworden, hebben mijn verwanten de gewoonte om de eeuwigheid in de koude, sompige aarde in eenzaamheid door te brengen. Zo voorkomen we dat vetes ook na onze laatste snik eindeloos voortgezet worden. ‘In beginsel is een erfenis een eenvoudige zaak’, las ik op een notariële website. Bij ons niet.

Ik had een familiegraf in de buurt gekozen, omdat de betreffende gemeente een brief had gestuurd met de vraag of het graf, dat bijna vijftig jaar oud is, opgeruimd kon worden. Zo niet dan moesten wij nabestaanden het stuk grond van circa drie meter lang, anderhalve breed en drie meter diep weer voor tien jaar kopen. Daaraan hangt natuurlijk een stevig prijskaartje, want ook na de dood weet de staat je te vinden.

De brief was een mooie gelegenheid om de tombe eens te bekijken, als ik die tenminste na al die jaren op de steeds voller wordende begraafplaats zou kunnen vinden. Dat kostte me inderdaad veel moeite, vooral omdat de letters na bijna een halve eeuw behoorlijk vervaagd waren. De steen lag er door de tijd aangetast maar nog redelijk gaaf bij, met de bewoner zal het ongetwijfeld anders gesteld zijn.

Ik ben gek op kerkhoven. Ben ik in een land waar men de gewoonte heeft veel van een graf te maken, dan schroom ik niet om lang over een begraafplaats te struinen. Soms heeft men hele bouwwerken opgetrokken, een enkele keer is de plek waar men de begraafplaats heeft gesitueerd ronduit schitterend. Fietsend langs de Rijn, zag ik jaren geleden een kerkhof boven op de rotsen bij de Lorelei. Daar wil ik begraven worden, besloot ik. Daar wil ik voor altijd genieten van het uitzicht en het bekoorlijke gezang van de nimf die volgens de overlevering op de rotsen huist.

Kerkhoven komen er in ons land bekaaid vanaf: ze zijn aan strenge regels gebonden. De graven zijn dan ook dikwijls een eenheidskoek. Toch laten de nabestaanden hun gevoelens gelukkig niet door bureaucraten modelleren. Ze herdenken hun geliefden op eigen wijze. Graven worden versierd, vooral die van kinderen, zoals zij dat willen. Nederlanders zijn meestal nuchter over hun doden, al krijgen rouwen en de dood een steeds belangrijkere plaats. Dit niet in de laatste plaats omdat hulpverleners, uitvaartondernemingen en schrijvers als Kluun de commerciële waarde van de traan hebben ontdekt. Een zanger als André Hazes liet zelfs zijn as per vuurpijl de lucht in schieten. Je zult toch maar wat van Hazes inademen.

Ook de opschriften van graven krijgen de nodige aandacht. We leven hier al in de hemel, dacht ik, toen ik pas op een druilerige zondagmiddag over een modaal kerkhof zwierf. Op zerken worden overledenen niet zelden omschreven als mensen die het bijzonder goed met de medemens voor hadden. Zou het dan aan mij liggen dat ik zo veel hufters tegenkom? Kennelijk niet, want ook Godfried Bomans vroeg zich af: ‘Als de mensen geweest waren wat hun grafschriften vermelden, zouden ze al véél eerder gestorven zijn...van verveling?’ Hoewel ik al jaren regelmatig aan de dood denk – maak je geen zorgen - was ik aangedaan, toen ik zaterdagmorgen 28 oktober de Volkskrant pakte. Op de voorpagina stond onderstaand gedicht Najaar van Jan Wolkers. Zijn ‘laatste literaire werk’ meldde de krant erbij. De titel deed me denken aan Kroniek van een aangekondigde dood van Gabriel García Márquez. Kent ook ongekende vitaliteit een einde?

Najaar

Soms zie ik dingen bewegen
Die onbewogen zijn,
Als roestvlekken op bladeren
Die wegtrekken als spinsels.

Een engel fluistert in mijn oor,
Een telefoonnummer
Dat niet is te ontcijferen.

De vershoudfolie
Van ons leven
Was al vergaan.

Zoals we ooit begonnen,
Op voetzolen van mos:
Daar stond het riet,
De danseressen van de gele lis,
De wilde roos,
Het schors als fronsen.
et snoer van zeekraal
Verbrokkeld tot grind.

Een web van schrijnend zilver
Een glasdraad snijdend door het blauw,
Die het uitspansel verdeelt
Tot stellingen van as
Van uitgestrooid gebeente.

Jan Wolkers


[De Volkskrant: Jan Wolkers voltooide Najaar op 26 oktober jl. Hij noemde het gedicht ‘mijn laatste literaire werk’]