Overleven in een omgeschoffelde wereld

[column ter gelegenheid van het eerste lustrum van Boekhandel Polman in Bemmel]

‘Ik wil eindigen in de kerk, net als die boekhandel in Maastricht die sinds kort in de Dominicanenkerk bij ’t Vrijhof zit.’ Het zijn regelmatig terugkerende woorden van Frans Polman. Waarop zijn vrouw Riny steevast reageert met een beslist ‘Geen denken aan, we blijven hier.’

Vijf jaar al zit de literaire boekhandel Polman in de Dorpsstraat van de gemeente Bemmel en weet uitstekend te overleven ondanks verwoede pogingen van de gemeente om de neringdoenden in het centrum het leven zo zuur mogelijk te maken. Al maanden woelen dreunende draglines de straten om, diepe kuilen belemmeren boekenliefhebbers aan hun verslaving toe te geven. ‘We kunnen aan de omzet zien, wanneer de straat weer open ligt’, weten ze bij Polman.

Maar is dat wel zo? Zijn de wegwerkers en de in onze bureaucratie onmisbare lieden van het kwaliteitsmanagement die over de schouders van deze noeste arbeiders meeloeren – ordinaire matennaaiers dus - de oorzaak van verkoopstatistieken die pieken en dalen vertonen? Of zijn het de luidruchtige stamgasten van de boekhandel die met hun scherpe observaties en korte beschouwingen over de kwaliteit van een boek of van het bestaan in het algemeen menig bezoeker de stuipen op het lijf jagen, zodat deze zonder aankoop het pand ijlings verlaten om liever veilig thuis hun heil te zoeken? Soms legt de boekhandelaar de wijsvinger vermanend op zijn getuite lippen in een vergeefse poging de decibellen te reduceren.

Neem Jaap. Voorzien van koek, taart of soms vers fruit voor het personeel zetelt hij aan de lange bruine tafel tussen de stapels nog niet uitgepakte boeken en oreert dat het een lieve lust is. Verslaafd als hij aan boeken is, gaf hij zelfs een verjaardagspartij in de boekhandel. Of die tekstschrijver, die rusteloos de boeken in de schappen bekijkt en die je vaak hoort mompelen dat zijn boekenkast toch al overvol is. Soms staart hij minutenlang aan de stamtafel naar een ver iets wat nooit bestaan heeft en wat er ook nooit zal komen. Op zijn tijd schuift een bekende zangeres aan, met bladmuziek of een vrolijk lied dat het grauw van het zwerk uiteenrijt waardoor de beschouwers van het leven even hun adem inhouden. Of een in de winkel exposerend kunstenaar die enthousiast vertelt waarom hij een bepaalde lijn niet recht maar tegendraads diagonaal getrokken heeft. Gewend als ze zijn de wonderbaarlijkste dingen in boeken te lezen, nemen de stamgasten het allemaal voor waar aan.

Zo zijn er veel wisselende groepjes habitués die zonder uitzondering door het personeel van koffie worden voorzien. Weinig Senseo-apparaten worden zo druk gebruikt, hele trommels vol koekjes, speculaasjes en M&M’s gaan er doorheen. Het deert het personeel niet, als de bezoekers maar in en tussen de boeken kunnen wegdromen en zich laten inspireren door de fictie en non-fictie die hen omringen.

Tegen de tijd dat de boekhandel enige lustra verder is, zullen de boekverkopers zich gedragen als die oude man van boekwinkel de Oude Mol in Nijmegen. Grijs, oud en luid rochelend zat hij, altijd rokend, op een stoel achter de balie te lezen, onder de toonbank vermoedde ik een fles whisky. Een klant moest diverse malen kuchen vóór hij verstoord van zijn boek opkeek en geërgerd afrekende. ‘Moet dat nou?’ zag je hem denken. Zo zal over vele jaren ook Riny Polman lezend achter de kassa aangetroffen worden en tegen de klanten zeggen: ‘Loop maar door, het is wel goed zo.’
Maar dan heeft ze buiten echtgenoot Frans gerekend. Die is, nog altijd broedend op zijn oude maar niet vergeten plan, niet van de site van Funda af te krijgen en op een dag zal hij ‘Eureka, ik heb het’ uitroepen. ‘We verkassen met de handel. Wist je, Rineke, dat hier in Bemmel het Kasteel-raadhuis De Kinkelenburg te koop staat?’

meer columns ...

volgende