[toespraak voor de rouwdienst voor Peter Willems, 7 augustus 2007]

Het is bijna een cliché om als iemand op betrekkelijk jonge leeftijd overlijdt te zeggen dat hij nog zo veel had willen doen. Maar bij Peter was dit werkelijk het geval. Hij wilde nog veel, vooral op filosofisch gebied, een vak dat hem altijd al geboeid had.
Hij oriënteerde zich daarom bij verschillende universiteiten en twijfelde, want zo’n studie is een hele rit, zeker als je het helemaal op je eentje moet doen. We spraken erover en ontdekten dat we allebei ooit, onafhankelijk van elkaar, een training Socratische gespreksmethoden hadden gevolgd.

Het leek ons wel wat om daarin samen verder te gaan. Ondernemers als we zijn, lieten we er geen gras over groeien – we wilden per slot van rekening ook geld verdienen - en gingen op zoek naar instituten waar ze ons in korte tijd zouden kunnen opleiden. Met een grijnsje stelde Peter voor ons nieuwe bedrijf P&P Consultants te noemen, naar onze voornamen Peter en Paul.

Het was niet de eerste keer dat Peter en ik samen iets deden. Als zijn running mate voor een plaats in het bestuur van het Waterschap hadden we al een jaar geleden lang gediscussieerd hoe hij voor dat bestuur gekozen zou kunnen worden. We bespraken allerlei verkiezingstactieken, oriënteerden ons op doelgroepen, wilden op straat gratis flesjes water gaan uitdelen, maar dat plan lieten we varen. Uiteindelijk zei Peter: ‘Och, er zijn waarschijnlijk wel mensen in Huissen die op die dikke van Séjour en France willen stemmen.’ Het werden er bijna 1100. En dat zonder achterban of politieke partij, puur op zijn naam. Helaas waren het er niet genoeg om gekozen te worden.

Met P&P Consultants zou het beter gaan, al moest hij regelmatig aan zijn familie uitleggen wat de Socratische methode inhoudt. Het gaat niet om debatten of discussies waarin iemand de ander wil overtuigen of zo nodig moet winnen, maar om dialogen om zich samen in een probleem te verdiepen, legde hij dan geduldig uit. Daarop zouden we ons samen via een intensieve training een jaar lang gaan toeleggen.

Was er geen zomervakantie geweest, dan hadden we P&P Consultants al bij de Kamer van Koophandel ingeschreven en was de website al in de lucht geweest. Peter wilde zich daarnaast ook storten op het coachen van ondernemers die failliet waren gegaan, want hij vond het enorm onrechtvaardig dat werkgevers die altijd goed voor hun personeel hadden gezorgd, bij een faillissement hun eigen boontjes moesten doppen. Ook die coaching zou een onderdeel van P&P Consultants worden. En misschien nog wel veel meer.

Zo wilden we ook komend najaar op de Duitse Autobahn zijn Jaguar eens 260 kilometer laten lopen. Dat kon die, beweerde hij, misschien nog wel harder. We lachten en begrepen elkaar, zonder al te veel woorden. We schreven op latere leeftijd een jongensboek. Typisch iets voor de generatie die ’forever young’ in zijn vaandel had geschreven. Eigenlijk hadden we het over niets anders dan over vriendschap, waaraan we natuurlijk inhoud wilden geven.

Vorige week, tijdens mijn vakantie, wilde ik hem een sms’je sturen, gewoon om hem wat uit te dagen, om hem scherp te houden, als maten onder elkaar. Wat vind jij nou van het metagesprek in de Socratische methode? zou de tekst geweest zijn. Per slot van rekening hadden we afgesproken in de vakantie ons in de Socratische methode verder te verdiepen, en na de vakantie moest het echt gebeuren, geen gezeik, want zoveel tijd hebben we niet meer, over tien jaar vinden ze ons een oude lul. Ik heb dat sms’je niet gestuurd. Misschien maar goed ook. Maar het tekent wel de manier waarop we met elkaar omgingen: vriendschappelijk, over geld hebben we het ook maar zijdelings gehad, terwijl we goed wisten dat dat ook een rol speelde.

Er is maar één woord dat bij het overlijden van Peter past: klote, ontzettend klote. Want hij was beslist niet aan zijn eind: hij had er echt zin in om aan een nieuwe onderneming zijn energie te geven.

Ik herinner me Peter niet als de man van wie ik gisteren uitgebreid afscheid heb genomen. Hoewel, dat beeld zal op mijn netvlies blijven staan. Ik herinner me hem als een reus van een kerel bij wie ik op een willekeurig tijdstip van de dag kon binnenvallen, die dan de deur opende en me begroette met ‘Hallo, leuk dat je er bent’. En dat meende hij. Hij liep dan langzaam naar de keuken, vroeg of ik koffie wilde en sneed een onderwerp aan dat hem bezighield, en vroeg dan wat ik ervan vond. Een dialoog die niet tot een tegenstelling, maar die tot verdieping moest leiden. Hij was een geboren Socratisch gespreksleider. Jammer, dat het nooit zover is gekomen.

meer columns ...

volgende