Dood is ook al niks

Op weg naar het schavot is de nieuwsgierigmakende titel van het boekje met columns van Kees Fens dat de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek ter gelegenheid van de Boekenweek 2007 uitgaf. Kees Fens is P.C. Hooftprijswinnaar, neerlandicus en emeritus hoogleraar. Hij schrijft al jaren columns over literatuur, kunst, sport en over nog veel meer in de Volkskrant. Tien daarvan zijn in een eenvoudig maar smaakvol vormgegeven lila gekleurd boekje opgenomen dat voor enkele euro’s te koop is.

Je laat zo’n boekje niet liggen, niet alleen omdat Fens een erudiet man is die altijd wel iets te vertellen heeft, maar ook omdat het een handzaam boekwerk van 12 bij 19 centimeter is dat je gemakkelijk in de zak van je jasje kunt opbergen met als gevolg dat je later in een verloren halfuurtje op een ongewone plek opgelucht ontdekt dat je een boek bij je hebt.
Die blije ontdekking deed ik in de uitgestorven kantine van een sporthal. Ik moest wachten tot de training van mijn dochter afgelopen was en nam met een cola light en Kees Fens plaats aan een tafeltje met een opvallend kraakhelder kleedje.

Het achterplat van Op weg naar het schavot met een passage uit Sterven in Engeland, een van de tien columns, trok me onmiddellijk. In die column vertelt Fens dat op 22 juni 1535 de Engelse humor ontstond. Op die dag werd namelijk Johan Fisher, bisschop van Rochester, onthoofd. Op weg naar het schavot vroeg Fisher of hij zijn schoudermantel mocht dragen omdat hij bang was dat hij anders kou zou vatten. Fisher gebruikte de humor om wat lucht te krijgen in de benarde situatie waarin hij verkeerde, en was zo even de naderende dood de baas, verklaart Fens. De anekdote is voor hem een mooie reden om de Engelse humor uitgebreid te analyseren. Hij stuit daarbij op Lytton Strachey die op zijn sterfbed een ander sterk staaltje van Engelse humor vertolkte: ‘Als dit sterven is, dan stelt dat ook niet veel voor’.

Toen ik dit citaat in de doodstille kantine las, schoot ik luidruchtig in de lach. De grijze kantinebeheerder, die mij bij het bestellen van de cola al had verteld dat hij als vrijwilliger veel van zijn pensioentijd in de sporthal doorbracht, informeerde wat er zo leuk was. Ik las het citaat voor en kreeg slechts als antwoord een lang verhaal over het sterfbed van zijn vrouw. Dat stelde kennelijk wél wat voor, maar het kon mijn opgemonterde humeur niet bederven.

Humor is ‘onvermijdelijk eenzijdig’, beweert Kees Fens in het verhaal Het lachen vergaan - ook al zo’n titel waardoor je hoopt dat een verloren halfuurtje lang mag duren. Niet iedereen waardeert bepaalde vormen van humor wat voor de humorist bijzonder pijnlijk kan zijn. Een beroepsgrappenmaker die bij zijn publiek slechts stilte oproept, kan beter zijn biezen pakken.

Maar, weet Kees Fens, we komen allemaal in die situatie terecht. Humor is betrekkelijk en tijdgebonden. Eens kijkt de jeugd je meewarig aan als je een mop tapt waarom jezelf dertig jaar geleden nog moest schuddebuiken van het lachen. ‘We komen allemaal in de vereenzaming terecht’, voorspelt Fens.
Kennelijk is dat niet zo erg. Op de cover van Op weg naar het schavot staat namelijk niet deze maar deze emoticon.

meer columns ...

volgende