Zijn we wel narcistisch genoeg?

Jaren geleden bezocht ik een concert van de Britse popgroep The Kinks. De zanger, Ray Davies, stopte halverwege zijn optreden en vertelde dat de band pas zou doorspelen, als we voor zijn achterwerk zouden applaudisseren. Provocerend draaide hij zijn in hippe pantalon gestoken billen naar ons, verbouwereerde toeschouwers.
Het voorval speelde zich af in een periode dat een narcist nog als een ernstig gestoorde patiŽnt op de sofa van de psychiater belandde. Alleen als marginaal verschijnsel was exorbitant gedrag aan excentriekelingen voorbehouden. Tegenwoordig is dat anders: narcisme is heel gewoon.

Jan Derksen, hoogleraar klinische psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de Vrije Universiteit van Brussel, begint zijn boek Zijn wij wel narcistisch genoeg? met een aantal voorvallen van eigendunk die u en mij bekend zullen voorkomen. Derksen verbaast zich bijvoorbeeld over een studente die de lift van het universiteitsgebouw instapt en luid in haar mobieltje over ditjes en datjes blijft doortetteren. De omstanders, van wie de meesten gelukkig door een plaatsvervangend gevoel van schaamte bevangen worden, interesseren haar geen zier. Een beleefd 'Of het misschien wat zachter kan' wordt door haar aan haar onzichtbare gesprekspartner als belachelijk afgedaan. Derksen wijt dit asociale gedrag aan een overmaat aan narcisme. We ergeren ons er soms aan, maar leggen de narcistische persoonlijkheid meestal geen strobreed in de weg.

Dat was anders toen Christopher Lasch eind jaren zeventig The Culture of Narcissism publiceerde waarin hij de inwoners van de VS als verwend, ijdel en hedonistisch betitelde. De toenmalige president Jimmy Carter schijnt over zijn uitspraken zo geschrokken te zijn dat hij op tv zijn bezorgdheid over het egocentrische dikke ik van zijn landgenoten uitte.

Derksen is niet per definitie een tegenstander van narcisme, van een gematigde en gezonde eigenliefde wel te verstaan. Vroeger zag de psychoanalyse narcisme als een ziekelijke afwijking. Het eigenbelang ongebreideld laten prevaleren en het belang van een ander over het hoofd zien of het zelfs als een deel van jezelf beschouwen, was schadelijk voor de patiŽnt en zijn omgeving. Intussen leven we in een samenleving waarin wat beheerste grootheidswaanzin heel gebruikelijk is. Zonder een flinke dosis eigenwaarde en de uitstraling die daarbij past, worden persoonlijke en maatschappelijke welvaart moeilijk. Maar willen we niet vroeg of laat als het mythologisch figuur Narcissus geobsedeerd van onszelf in ons zelfbeeld verdrinken, dan moeten we anderen een gelijkwaardige plaats gunnen. Het ontbeert ons vaak aan een realistische kijk op wie we denken te zijn en wie we werkelijk zijn.

Derksen staat niet alleen in zijn kritische visie op narcisme. In zijn proefschrift Narcissism, shame and aggression in early adolescense (2007) legt Sander Thomaes een verband tussen een teveel aan eigenwaarde en agressiviteit. Zijn experimenten met kinderen tussen de negen en dertien jaar laten zien dat kinderen met een overdreven, narcistisch zelfbeeld eerder geneigd zijn om agressief te reageren dan hun leeftijdgenoten met een minder groot ego. Wordt een opgeblazen, niet op de werkelijkheid gestoeld gevoel van eigenwaarde aangetast, dan reageert de narcist navenant agressief. Met gewelddadig gedrag wil hij voor zichzelf en de buitenwereld zijn zelfbeeld herstellen.

In zijn praktijk ontmoet Derksen maar al te vaak mensen met een zelfbeeld dat niet op de realiteit gebaseerd is. In het mooi uitgegeven Zijn wij wel narcistisch genoeg? - met een knipoog naar Ben ik eigenlijk wel links genoeg? uit 1974 van columnist Jan Blokker Ė concentreert hij zich op narcisme als mogelijke oorzaak van persoonlijke en intermenselijke problemen. Zijn boek is niet alleen interessant voor zijn vakgenoten, maar ook voor ons lekenlezers. Immers, als opvoeders helpen we er een fors handje aan mee of de hechting tussen ouders en peuter leidt tot een harmonieuze relatie tussen een latere volwassene en zijn omgeving of tot een onuitstaanbaar juffertje dat niet doorheeft dat haar onbenulligheden niet verder dan de ontvanger aan de andere kant van de telefoonlijn reiken.

Derksen laat elk hoofdstuk van zijn boek beginnen met een afbeelding van een kunstwerk waarop narcisme uitgebeeld wordt. Dat hij een werk van het narcisme zelf, Salvador Dali, gekozen heeft, zal nienand verbazen. Een schilderij van Ansel Krut waarop een man zijn blote achterwerk in de spiegel bekijkt, deed me herinneren aan Ray Davies die meende dat zijn kont een applaus waard is. Hij kreeg het ook, maar wel met de nodige hoon van een deel van het publiek. Lees je het boek van Derksen, dan vraag je je af hoe luid die spot nu zou klinken.

meer columns ...

volgende