Het verdampte woord

Toen ik na de rouwdienst voor een bekende het crematorium verliet, zag ik buiten de rook uit de schoorsteen komen. Hij verdampt, mijmerde ik en staarde naar de lichtgrijze walm die al snel in de lucht oploste. Gij zult tot stof wederkeren, beweert de bijbel, maar bij een crematie blijkbaar ook tot lucht. Gebakken lucht, associeerde ik, denkend aan het helse vuur dat mijn bekende tot slechts een hoopje as in een potje zou reduceren.

Maar dat woord verdampen: wat is er met mijn taal gebeurd, waarom dacht ik niet gewoon 'daar gaat ie in rook op?' Behalve een greep in mijn portemonnee heeft de kredietcrisis kennelijk ook een geslaagde overval op mijn vocabulaire gepleegd. 'Weer vele miljarden op de beurs verdampt', schreeuwen nieuwslezers me dagelijks door de beeldbuis toe. 'Verdammt noch mal, Liebling, schon wieder verschiedene Milliarde verdampft', riep ik gisteren onthutst naar mijn vrouw die in wolken van verdampt water in de keuken stond te koken.

Verbazingwekkend hoe snel een woord of uitdrukking zich in ons taalgebruik nestelt. Neem de kreet heftig. 'Heftig hoor', vertelde iemand me met een veelbetekende blik. Sprak ik met een vluchteling die ternauwernood aan een genocide in een Afrikaans land ontsnapt was? Nee hoor, ze moet af en toe twee kleuters op de fiets naar school brengen, en dan wil het wel eens regenen of waaien. Heftig wordt tegenwoordig zo vaak gebruikt dat de betekenis ervan vervaagt, zeg maar gerust verdampt.

Woorden hebben nog meer te duchten. In de kapperszaak, waar ze me niet meer zullen terugzien, deelde de kapster mij mee: 'Zo, nu gaan we samen naar de wasbak.' Dat ze hardnekkig in haar kinderlijkheid was, bewees ze na de wasbeurt met 'En nu gaan we weer voor de spiegel zitten om u lekker te knippen'. Dat toontje en dat verschrikkelijke 'lekker'. Ik moest mijn gehele humane inborst en al mijn gespreksvaardigheden in de strijd gooien om nog op een vriendelijke manier met haar te converseren.

Niet alleen in de dienstverlenende sector geven ze dikwijls in woord en daad blijk van hun onwetendheid over klantvriendelijkheid. Ook in de zorg heeft men een ware traditie opgebouwd om de hulpbehoevende medemens nog even een fikse douw na te geven. Yvonne Prins doet daar in de Ziekenhuis Survivalgids verslag van. 'Heb je je ook goed tussen de billen gewassen?', vroeg een verpleegkundige aan de 32-jarige, goed opgeleide Yvonne. Ze had de zelfbeheersing om niet te reageren en deze vernederende (goed bedoelde!) vraag maar te laten voor wat die was. Haar boek maakt ons patiŽnten - want we komen als het even tegenzit allemaal in de ziekenfabriek Ė wegwijs in de macabere wereld van ziekten, raar gebrabbel en ongebruikelijke omgangsvormen.

Net als Max Pam in Het ravijn schreef criticus en uitgever Anthony Mertens een boek over een herseninfarct. Mertens beschrijft in Zwaluwziek leven na een herseninfarct hoe hij tijdens zijn revalidatie met de moed der wanhoop zijn zelfrespect probeert te behouden.

Bijzonder leerzaam, want voor u het weet, zit er een witgekleed figuur naast uw bed die u een dampend bord vol sperziebonen, aardappels met jus en een stukje vlees wil voeren met de woorden 'Doen wij lekker eten?'. Strijd dan om het hardst tegen het verdampen van de taal en, vooral niet vergeten, uw waardigheid.

meer columns ...

volgende