De Welwillenden

Niet lang na de Tweede Wereldoorlog verscheen er een reeks tijdschriften waarin de periode van mei 1940 tot de capitulatie van Japan werd beschreven. Mijn vader liet al die tijdschriften tot vier hardcover banden inbinden en deze vuistdikke boekwerken werden later mijn jeugdliteratuur. Tekst en vooral foto's boeiden me meer dan Karl May. Met de Tweede Wereldoorlog had ik iets gemist, dacht ik, al vertelde opa Harry Mulisch op tv dat het bij ons in '40-'45 bijzonder saai was en schreef Nobelprijswinnaar Heinrich Böll dat de oorlog voor hem als soldaat vooral eindeloos wachten had betekend. Hoewel ik natuurlijk voor de 'goeien' was, lieten, of ik wilde of niet, de Duitse parades en die andere perfect opgevoerde vertoningen me niet helemaal koud. Bladerend door mijn jeugdliteratuur vroeg ik me zelfs regelmatig ongerust af of, als de omstandigheden daartoe aanleiding zouden geven, ik ook zo'n perverse oorlogsmisdadiger zou zijn. Een jeugd dus vol verwarring en twijfels, dat kun je wel zeggen.

Ik ben kennelijk niet de enige die met het menselijke gedrag in moeilijke tijden worstelt. Werden er de eerste decennia na de oorlog vooral boeken gepubliceerd waarin het gelijk van de overwinnaars bezongen werd, de afgelopen jaren verschenen er steeds meer al dan niet wetenschappelijk verantwoorde publicaties waarin de Tweede Wereldoorlog genuanceerder wordt bekeken. Voorzichtig schilderen historici bijvoorbeeld onze oosterburen nu ook als slachtoffers van de oorlog af. De eenzijdigheid die mijn jeugdliteratuur kenmerkte, wankelt onder invloed van wetenschappelijk onderzoek en literatoren die zich door nieuwe inzichten laten inspireren.

De Amerikaan Jonathan Littell is daarvan een spraakmakend voorbeeld. In De Welwillenden beschrijft hij de Tweede Wereldoorlog door de ogen van een SS-officier. Het behoeft weinig betoog dat de kritiek losbarstte, vooral in Duitsland en Frankrijk, waar Littell in 2006 voor zijn oorspronkelijk in het Frans geschreven roman de Prix Concourt kreeg.

Met 'Mensenbroeders, laat mij u vertellen hoe het is gegaan' begint de voormalige Duitse officier Max Aue zijn relaas. Hij heeft de oorlog overleefd, wat een wonder mag heten, want Littell laat zijn hoofdpersoon aan bijna alle gebeurtenissen in Oost-Europa en Duitsland deelnemen, zelfs de hel van Stalingrad doorstaat hij op wonderbaarlijke wijze. Deelnemen betekent voor Aue overigens begin jaren veertig participeren in de zogenoemde Einsatzkommando's die direct achter het front joden, zigeuners en partizanen zonder pardon liquideerden. Als officier organiseert Aue de liquidaties, zorgt dat van het aantal doden nauwkeurige statistieken worden bijgehouden, kijkt toe en geeft slachtoffers die niet direct dood zijn een nekschot, bijvoorbeeld in Kiev, waar bijna honderdduizend zogenoemde subversieve elementen werden gefusilleerd waarna de lijken in een ravijn werden gestort. In Duitsland houdt hij zich daarna bezig met de arbeidsinzet van gedetineerden in kampen als Auschwitz. Aue bezoekt enkele kampen en in projectgroepen discussieert hij onder meer eindeloos met deskundigen over hoeveel calorieën gevangenen minimaal nodig hebben, zodat hun arbeidskracht zo lang mogelijk bruikbaar is.

Intussen leert hij als een handig politicus te laveren tussen de betrokken instanties die elk hun eigen belangen hebben en elkaar soms heftig beconcurreren. Aue ziet, net als zijn collega's, dat deel van de bureaucratie dat de Endlösung van de joden als opdracht heeft, als het werkterrein waar hij carrière wil maken. Hij ontmoet dan ook graag hooggeplaatste figuren als Reichsführer Heinrich Himmler, de architect en minister Albert Speer en zelfs Adolf Eichmann met wie hij een avondje een borrel drinkt.

Wie denkt dat Max Aue een onmens is die zonder gewetensproblemen planmatig tegenstanders van het regiem ausradiert, heeft het mis. De Welwillenden is doorspekt met uiteenzettingen van Aue over goed en kwaad – de roman is in de ik-vorm geschreven - en over de toen in Duitsland vigerende Weltanschaung. Aue probeert zijn daden te rechtvaardigen door zich te beroepen op de Führer van wie elk woord wet is, op zijn professionaliteit als SS-officier en op de toekomst van een nieuw Duitsland dat geen ondermijning door gedegenereerde elementen kan dulden - dat zijn overigens niet alleen joden, maar ook zigeuners, homoseksuelen, gehandicapten, politieke deliquenten en op termijn alle niet-ariërs. Hij voert rationeel en berekend zijn taak uit en verafschuwt het nodeloos lijden dat sommige beulen hun slachtoffers aandoen, hoewel ook voor Aue, besmet door het vele oorlogsgeweld, de grens tussen het doden uit ideologische motieven en moorden uit woede of eigen belang langzaam maar zeker vervaagt.

Als professional maakt hij dan ook weinig woorden vuil aan een incident met een oude man die een peuter op zijn arm draagt en die hem toevoegt dat hij hoopt dat Aue nog jaren na de oorlog nachtmerries van hun liquidatie zal hebben; als hij wegloopt, ziet Aue, dat de kleuter hem over de schouder van de oude man blijft aanstaren. Voor Aue is plicht gewoon plicht: hij werkt zeer hard en voert zijn opdrachten bijzonder consciëntieus uit. Zo verzet hij zich tegen de corruptie in de kampen, ergert zich aan seksuele uitspattingen en drankgelagen van de Einsatzgruppen in bezet gebied en spaart kosten noch moeite om erachter te komen of de Bergjoden in de Kaukasus volgens de Duitse wet ook werkelijk joden zijn, zo ja, dan is hun lot onherroepelijk bezegeld. 'Iemand moet het doen', meent hij en met hem veel collega's die het vuile werk uitvoeren. Ter verdediging is hij overigens niet te beroerd te memoreren dat de Belgen als kolonisator van Kongo beestachtig tekeer gingen, dat de Fransen in Algerije allesbehalve brave jongens waren en de Engelsen in hun koloniën niet vies van de zweep waren, dat de aboriginals in Australië hun bestaan op ontoelaatbare manier kwijtraakten en de Amerikanen de indianen zonder mededogen over de kling joegen. Met andere woorden, wie denken wij wel wie we zijn? We zouden volgens Aue precies zo handelen als hij.

En zo sluit Jonathan Littell met zijn voortreffelijk gedocumenteerd boek en de overpeinzingen van Max Aue naadloos aan bij mijn jeugdliteratuur. Ook na mijn puberteit blijft het dus nog lang onrustig.

------------------------------------------
Informatie over de moorden in Kiev: Massamoord in babi Jar
Lees ook het boek van Vasili Grossman: Leven en lot

meer columns ...

volgende