Voor altijd agressief

Met mijn agressie is het uitstekend gesteld, tenminste, met de beheersing ervan. Met dank aan mijn dochters die me in de loop der tijd de nodige interactionele tederheid hebben bijgebracht. Ik verkoop ze niet meer met mannelijke jovialiteit een dreunende klap op de schouder of een gemoedelijke por in de maag en mocht ik het in mijn hoofd halen een allesbehalve kwaad bedoelde trap onder hun achterwerk te geven, dan staat de feminiene brigade van de Kindertelefoon al bijna op de stoep. Agressie met woorden staat nog niet op de verbodslijst, maar haal ik eens met stemverheffing uit, dan ontmoet ik aardjes naar hun vaartje die goed van de tongriem gesneden zijn. Mijn oudste dochter praat sneller dan het oor kan volgen en de hersenen kunnen verwerken.

Agressie en geweld – voor het gemak gebruik ik beide woorden als synoniemen – zijn uit. We accepteren geen fysiek of psychisch geweld en korte lontjes moeten beteugeld worden. Ik maakte twee dvd's om personeel in het onderwijs te leren hoe ze lastige leerlingen en opgewonden ouders van repliek moeten dienen (agressie in het onderwijs) en Hans Achterhuis denkt in zijn vuistdikke boek Met alle geweld na over wat er zich zoal op micro- en macroniveau aan geweld voordoet en hoe het zover kan komen. Daarbij beperkt hij zich tot de filosofische invalshoek.

Geweld is van alle tijden, vertelt Google me in 0,11 seconden en verwijst me naar 970 websites. Dat lijkt veel, maar op zich is er is niets ongewoons aan agressie. Agressie is volgens Freud de bron van ons leven, onze energie waardoor we ons in stand houden, ontplooien en voor onszelf opkomen. Maar die vitaliteit kent een geleidelijk oplopende schaal die gaat van gezonde levenskracht via assertiviteit en een teveel aan weerbaarheid naar agressiviteit. Aan de ene kant van het continuüm is het pais en vree, maar iets verderop lopen de gemoederen op, uiteindelijk stormt het. Of we tegenwoordig agressiever zijn dan vroeger, is onduidelijk: de statistieken spreken elkaar tegen, onder andere omdat de definities van geweld verschillen en door de eeuwen heen veranderden. Maar, geweld was er altijd en dat zal tot in eeuwigheid zo blijven. We zijn er wel gevoeliger voor geworden.

Agressie loopt als een belangrijk thema door mijn wetenschappelijke carrière, constateert Achterhuis, emeritus hoogleraar filosofie van de Universiteit Twente, in Met alle geweld. Wikipedia omschrijft hem als 'een publiek intellectueel die zich regelmatig mengt in maatschappelijke discussies'. Hij maakte naam met publicaties over ontwikkelingshulp, welzijnswerk (De markt van welzijn en geluk), schaarste en technologie. Eind 2008 verscheen Met alle geweld, een studie van 55 hoofdstukken en 793 pagina's waarin hij al zijn ideeën over het thema heeft samengevat en geactualiseerd – deze korte column doet overigens absoluut geen recht aan dit geweldige en goed leesbare boek.

Achterhuis' opvattingen over agressie en geweld veranderden met de jaren, ja zelfs tijdens het schrijven van zijn boek. Kon hij bijvoorbeeld enkele decennia terug nog sympathie voor gewelddadig verzet tegen structureel of politiek geweld opbrengen, nu heeft hij zijn visie bijgesteld en genuanceerd. Ook over algehele geweldloosheid is zijn mening door het bestuderen van ethologische en evolutionaire inzichten radicaal veranderd: door zijn afkomst is de mens geconditioneerd en onze ratio kan onze dierlijke trekjes nooit en te nimmer helemaal overheersen.

Achterhuis weet dan ook, met moeite, de verleiding te weerstaan om met pasklare recepten te komen hoe we op elk niveau vreedzame moeten co-existeren. Door zijn studie is hij voorzichtiger geworden: in de epiloog van zijn boek, Leven met geweld, houdt hij zich dan ook op de vlakte. De voormalige filosoof-activist is een beschouwer geworden die als wetenschapper liever achtergrondinformatie en verklaringen geeft.

Er zijn meer redenen waarom de mens voor altijd agressief zal blijven. Volgens de theorie van de mimetische begeerte van René Girard (1972) begeren we datgene wat onze buurman bezit. Maatschappelijk weten we die neiging in te dammen, onder meer door een zondebok aan te wijzen, maar op individueel niveau is het maar al te vaak oorlog van allen tegen allen. En simpel als we dikwijls zijn, kennen we al gauw aan geweld één oorzaak toe. Bestrijden we die, dan is het leed geleden. Roeien we de As van het kwaad met wortel en tak uit, dan is het vrede, denken we. Intussen zijn we zelf heel gewelddadig.

Kortom, geachte lezer, ik beken: ook met de beheersing van mijn agressie kan het nog altijd beter. In het café ben ik berucht, omdat ik een bekende graag begroet door hem, niet haar, op de schouder te rammen en deze column zit vol woorden en uitdrukkingen die van een gewelddadige inborst getuigen. De etholoog Konrad Lorenz zei het al: de mens is een opvliegende aap die over wapens beschikt.

Hans Achterhuis (2008). Met alle geweld. Een filosofische zoektocht

meer columns ...

volgende