Het bombardement op Nijmegen: een faux pas

Het laatste oorlogsjaar in Nijmegen zou een scenario van W.F. Hermans kunnen zijn: een spel van verwisselbare rollen en schijnbare identiteiten, en een afloop die de lezer in verwarring achterlaat.
Na vier jaar oorlog lonkt herfst 1944 de bevrijding, maar in frontstad Nijmegen worden de bewoners nog maanden door beschietingen geteisterd. Op 22 februari 1945 laat de langverwachte bevrijder zich zien. Formaties vliegtuigen verschijnen boven de stad, maar in plaats van vrede brengen ze dood en verderf: 800 doden, vele gewonden en slechts tien procent van de gebouwen blijft onbeschadigd.

De vriend die gemakkelijk van rol bleek te kunnen wisselen, werd in de persoon van de Engelse generaal Montgomery in 1955 bij een officieel bezoek door de Nijmeegse bevolking luid toegejuicht, hoewel mijn vader, met de kleine Paul aan de hand, opmerkte dat zijn vriendjes de stad kapot hadden gemaakt en dat, refererend aan de maar deels geslaagde Operatie Market Garden, de eigenwijze Engelsman er de oorzaak van was dat de oorlog in Noord-Nederland nog heel lang zou duren. Maar die dag, nog geen tien jaar na dato, applaudisseerde de stad vol bewondering voor de beroemde, beminnelijk glimlachende bevrijder die ook nog eens ereburger werd, en de burgers deden alsof ze vrolijk waren.

De ware toedracht van de catastrofe die Nijmegen in de nadagen van de oorlog trof, houdt de gemoederen nu nog bezig. In opdracht van de gemeente Nijmegen schreef historicus van de Radboud Universiteit Joost Rosendaal Nijmegen '44. Wat betekende het laatste oorlogsjaar voor de stad? Hoe verwerkte de bevolking het bombardement?

Jarenlang werd beweerd dat het bombardement een vergissing was geweest. De piloten hadden de Duitse steden Kleef en Goch op het oog, maar Rosendaal weet na zijn onderzoek beter: het was gewoon een faux pas, zeg maar gerust een flater. 'Er is bewust een gelegenheidsdoel gebombardeerd dat echter niet eensluidend geïdentificeerd was', beweert Rosendaal in De Gelderlander. Als de piloten hun bommen niet op de geplande doelen kwijt konden, dan mochten ze die op zelfgekozen doelwitten als spooremplacementen of fabrieken laten vallen. In Nijmegen en ook in Deventer en Arnhem hebben ze dat op 22 februari 1944 geweten. De piloten waren bovendien onervaren en de boordschutter van het eerste vliegtuig dat Nijmegen naderde en het spoorwegemplacement wilde raken, maakte een berekeningsfout waardoor de bommen midden in het centrum van de stad terechtkwamen. De bommengooiers van de volgende vliegtuigen deden braaf wat ze geleerd was: ze dropten hun bommenlast op dezelfde plek die het leidende vliegtuig had uitgekozen.

Dinsdagavond 3 maart presenteerde Rosendaal zijn boek in debatcentrum Lux in Nijmegen en ging in discussie met enkele historici en niet in de laatste plaats met de zaal waarin nogal wat overlevers van het bombardement aanwezig waren. Als babyboomer kreeg ik die avond in Lux een déjà vu. Weer hadden onze ouders het hoogste woord over een oorlog die wij niet hadden meegemaakt, maar er was één verschil: ik walgde niet zoals vroeger over dat eeuwige gezeik over de oorlog. In Lux werd ook niet gezeikt, hoewel de overlevers daar misschien best recht op hebben: al 65 jaar zijn ze bezig de gebeurtenissen van het heftige laatste oorlogsjaar in Nijmegen te verwerken.

Dat werd ze volgens Rosendaal ook niet gemakkelijk gemaakt. De overheid was afkerig van spontane herdenkingen en gaf de voorkeur aan van bovenaf verordonneerde officiële kransleggingen en parades waarin alle aandacht naar gesneuvelde militairen en verzetslieden ging. Eind jaren zestig gingen er zelfs stemmen op om de herdenkingen van de agenda te schrappen. Pas sinds 2000 kreeg de gemeente Nijmegen na veel aandrang wat meer oog voor het verhaal van de burgers. Een begin, zei locoburgemeester Paul Depla in Lux, want er mag best een gedenkteken voor de Nijmeegse joden komen (92 procent is weggevoerd) en het ontbreekt nog aan een studie over het lokale verzet.

Op initiatief van lokale onderzoekers zijn in de loop der jaren nogal wat boeken over het bombardement verschenen, waaraan de gemeente meestal weinig tot geen medewerking verleende. In tegenstelling tot eerdere publicaties is Nijmegen '44 een wetenschappelijk verantwoord onderzoek. Het boek geeft veel relevante informatie en weerlegt hardnekkige misvattingen die zich als historische feiten genesteld hebben. Zo was het bombardement beslist geen vergissingbombardement, zoals altijd maar al te graag werd aangenomen. Het waren niet de Engelsen maar de Amerikanen die het centrum van Nijmegen platgooiden en de stad werd vooral door de oorlogshandelingen na het bombardement verwoest. De meeste slachtoffers vielen ook niet door het bombardement maar daarna, in de periode dat Nijmegen frontstad was. De herinneringen hebben zich volgens Rosendaal verdicht: men is geneigd alles aan het bombardement toe te schrijven.

Ondanks Rosendaals heldere presentatie van de feiten en nuchtere beschrijving van de verwerking lieten de overlevers die avond in Lux duidelijk blijken dat ze nog steeds met hun woede en verdriet worstelen. Geëmotioneerd riep een overlever dat die burgerslachtoffers niet zo veel aandacht nodig hebben, maar dat juist de vele in Nijmegen gesneuvelde buitenlandse militairen 'die ons uit de hel van de Duitsers bevrijdden', een monument waard zijn. 'We juichten voor onze Amerikaanse bevrijders en accepteerden hun bombardement, omdat zoiets nou eenmaal bij een oorlog hoort', merkte iemand anders op. Met pijn in het hart, dat wel, want de januskop van de bevrijder laat ze nooit meer met rust.

Joost Rosendaal (2009). Nijmegen '44. Verwoesting, verdriet en verwerking. Uitgeverij Vantilt Nijmegen

meer columns ...

volgende