De dunne lijn tussen werkelijkheid en grotesk

Plotseling, kort na zijn tachtigste verjaardag, pleegde de vader van een Duitse kennis zelfmoord. Waarom was niet bekend, maar zijn nabestaanden vermoedden dat de man niet verder kon leven met wat hij in de jaren 1942-1943 als militair in Rusland had meegemaakt. Of hij zich aan de systematische moord op joden, zigeuners en anderen die op de dodenlijst stonden, schuldig had gemaakt, wist de familie niet, maar ze hadden zo hun vermoedens.

Na de Tweede Wereldoorlog moesten duizenden Duitsers hun burgerlijke bestaan weer oppakken en zich conformeren aan normen die ze jaren aan hun laars hadden gelapt. Dat kostte moeite, maar het merendeel waaide met de naoorlogse wind mee, zoals ze dat ook daarvoor hadden gedaan.

Max Schulz, de hoofdpersoon in Edgar Hilsenraths roman De nazi en de kapper, vindt een heel macabere manier om na de oorlog een nieuw bestaan op te bouwen. Hij neemt de identiteit van zijn in de oorlog vermoorde joodse jeugdvriend Itzik Finkelstein aan. Veel moeite heeft hij daar niet mee, want in zijn jonge jaren trok Schulz intensief met Itzik op. Hij is kind aan huis bij de familie Finkelstein en leert spelenderwijs hun geloof en cultuur, en later ook het kappersvak in hun eersteklas kapsalon. Bovendien heeft Schulz met zijn kromme neus en donkere haren een joods uiterlijk, terwijl Itzik, blond en blauwogig, het prototype van een ariŽr is.

In de jaren dertig scheidden hun wegen. Max past zich aan de tijdgeest aan, gaat bij de SS en voert in het oosten zijn opdrachten uit. Hij noemt zich 'een kleine vis', maar wel een die beweert dat hij 200.000 joden om het leven heeft gebracht. De familie Finkelstein wordt vermoord in de kampen waar Max actief is. Na de oorlog vindt Schulz een voormalige naziarts die bereid is zijn SS-tatoeage te verwijderen en zijn penis naar joodse snit te modelleren. Hij vervolmaakt zijn nieuwe identiteit door op zijn arm een Auschwitz-nummer te laten tatoeŽren. Zijn identiteitsverwisseling wordt helemaal compleet als hij naar Israel emigreert en in woord en daad een fanatiek aanhanger van het zionisme wordt.

Dat Duitsers met het bizarre romanpersonage 'Itzik Finkelstein, ooit Max Schulz en voormalig massamoordenaar' niet goed raad weten, mag geen verwondering heten. In tegenstelling tot de Verenigde Staten waar De nazi en de kapper al in 1971 een bestseller werd, vond Hilsenrath pas, nadat meer dan zestig uitgeverijen het boek hadden geweigerd, in 1977 een Duitse uitgever. De argumenten voor de afwijzing waren meestal onduidelijk of in een enkel geval juist heel duidelijk: zo mag niet over de Holocaust geschreven worden.

Al met zijn eerste roman Nacht (1964, vertaling 2008) had Hilsenrath ervaren dat de heersende publieke opinie niet van een genuanceerde kijk op de Holocaust gediend was, ook niet van iemand als Hilsenrath die een getto in Oost-Europa ternauwernood overleefd had. In Nacht beschrijft hij de erbarmelijke omstandigheden in het getto tot in detail, maar de joden typeert hij niet als de heldhaftige strijders, maar als mensen die om te overleven zo nodig elke vorm van beschaving van zich afwierpen. 'Slachtoffers zijn niet per definitie de betere mensen', beweert Hilsenrath in een interview op Literatuurplein.nl.

Met De nazi en de kapper gaat hij een stap verder dan het beschrijven van de Holocaust zoals hij die meegemaakt had. Als romanschrijver speelt Hilsenrath met zijn ervaring door, wat hij noemt, een 'satire' te schrijven, vormgegeven door het betrekkelijke van identiteit, het gebrek aan geweten, opportunisme en door het onvoorstelbare aantal mensen dat Max Schulz schijnbaar achteloos 'met een sigaret tussen zijn lippen' de dood in had gejaagd.

'Ik ben een liefhebber van het groteske', zegt hij in hetzelfde interview. Dat klopt, gezien de bijna absurde gebeurtenissen die hij Max Schulz laat beleven. Maar het idee om deze roman te schrijven kreeg Hilsenrath door een krantenbericht over een foute Duitser die na de oorlog zijn naam veranderde en zich uitgaf als slachtoffer van de nazi's en de slachtoffers van de Shoah zelfs officieel vertegenwoordigde. Voor De nazi en de kapper hoefde Hilsenrath slechts op de werkelijkheid in te haken en zijn talent voor het bizarre de vrije loop te laten. Een satiricus heeft aan weinig voldoende.

Interview met Edgar Hilsenrath

meer columns ...

volgende