Lezen en lot

Wat drijft me toch om altijd boeken met een ernstig onderwerp te lezen? Waarom geen luchtige roman van een mooie blondine als Saskia Noort die de lezer vanaf de eerste tot de laatste alinea met spannende en verrassende verhalen weet te boeien? Waarom worstel ik me door de lange zinnen van zo'n A. F. Th. van der Heijden en zoek ik naar de diepere betekenis in een werk van W.F. Hermans, terwijl het toch lachen is met de verzamelde columns van Joep van 't Hek? Nee, ik zit wekenlang te lezen in De welwillenden van Jonatham Littell en vraag me met gefronst voorhoofd af waarom de een de ander naar het leven staat en wat ik in tijden van oorlog zou doen. Nuttige levensvragen, maar dat ik er nou vrolijk van word.

Soms overvalt mij de drang naar de lichtheid van het bestaan en krijg ik zin in de hapklare brokken van de gemakkelijk verteerbare literatuur. Daarom kocht ik in de vakantie Het Diner van Herman Koch en Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.
Het Diner komt traag op gang, is langdradig en weidt vervelend uit over het Nederlandse restaurantwezen. Beschrijft hij bepaalde scènes dan zie ik hem, of ik wil of niet, als cabarettier in het satirisch programma Jiskefet. Veel pagina's overgeslagen en daarna snel het boek op Marktplaats gezet waar er slechts € 3,50 voor geboden werd.

Redt Robert Vuijsje voor mij de recente vaderlandse literatuur? Alleen maar nette mensen is een hedendaagse zedenschets waarin de hoofdpersoon zich van het kakkineuze Amsterdam-Zuid probeert te bevrijden, daarom multiculti gaat en druk werk maakt van aantrekkelijke bijzonder voluptueuze donkere dames. Een te verteren boek, een beetje te veel van hetzelfde. En passant zet Vuijsje zijn beroemde vader Herman Vuijsje als prominent vertegenwoordiger van de jaren zeventig generatie te kakken. Een leerzame spiegel voor babyboomers die het relativeren nog niet onder de knie hebben.
Al gauw uitgekeken op beide goed verkopende boeken ben ik toch maar teruggekeerd naar wat ik een scholier hoorde omschrijven als 'Zeker literatuur hè? Altijd dood en andere ellende, nooit eens lachen'. Al weken ligt het naast mijn bed en langzaam ben ik erin begonnen. Het vuistdikke Leven en lot van Vasili Grossman wordt door recensenten met Oorlog en Vrede van Leo Tolstoj vergeleken. Schreef Tolstoj een epos over de overwinning van de Russen op Napoleon en verbond hij door het beschrijven van de belevenissen van twee families de grote en de kleine geschiedenis, zo koppelt Grossman de lotgevallen van een familie aan de dwingende ideologie van Stalins regiem tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Grossman een zeer gerespecteerde oorlogjournalist was die precies wist wat de machthebbers graag gepubliceerd wilden hebben, viel Leven en Lot (1961) niet bepaald in goede aarde. Het boek werd verboden en pas in 1988 uitgegeven. Grossman was toen al gedesillusioneerd gestorven.

Ik ben pas op pagina vijftig van de roman en volgens ingewijden komt Leven en Lot daarna pas op gang. Ik ben nu al helemaal in de ban van het boek. De waanzin van de gevechten in Stalingrad (die Grossman als journalist meemaakte) en het ongewone gedrag van mensen in bijzondere tijden kende ik al uit andere recente uitgaven als De nazi en de kapper van Edgar Hilsenrath en De welwillenden van Jonathan Littell (zie vorige columns). Hilsenrath beschreef het morbide gedrag van een massamoordenaar en Littell de carrière van een SS'er die beroepsmatig in het oosten zijn opdrachten uitvoert en de massamoorden op zijn manier rechtvaardigt. Grossman belicht de Russische kant. Samen geven de drie boeken, elk vanuit een ander perspectief, een weliswaar gedramatiseerd maar toch historisch verantwoord beeld van wat in het oosten enkele decennia geleden is overkomen.

Het zal nog even duren voor ik Leven en Lot uit heb. Mijn gewoonte om enkele boeken tegelijk te lezen zal me daarbij parten spelen. Bovendien komt eind september Noud Bles met zijn nieuwe roman De gelukkige roofvogel. Mijn collega-columnist ga ik natuurlijk met voorrang lezen.

meer columns ...

volgende