'We zijn in Koerrrrrs'

Het begint langzaam maar zeker een traditie te worden dat Radio 1-journalist Jeroen Wielaert met luide stem, ge´miteerd Vlaams accent en aanhoudende, rollende huig-r de jaarlijkse avonden over de wielerklassiekers in het Nijmeegse Vlaams Cultureel Kwartier opent met 'We zijn in koerrrrrs'. Tegelijk beginnen de laatste twee uren van het tv-verslag van de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix of de Amstel Gold Race op het scherm te lopen. Zonder geluid, want de voorjaarsklassieker zelf is die avond slechts sfeervolle entourage bij een bijeenkomst met interessante gasten uit het metier. De ware liefhebber moet overigens niet veel hebben van de droge op- en aanmerkingen van de Hollandse commentatoren en prefereert het smeu´ge en professionele verslag vol anekdotes van de Belgen. Het beeld is om onduidelijke reden vaak in zwart-wit, wat het rauwe bestaan van de slaven van de weg extra kleur geeft.

Wielrennen spreekt tot de verbeelding. In de jaren zeventig kroop half intellectueel Nederland op de racefiets om een vleugje van het heldendom te proeven en onze toenmalige eerste minister schaamde zich niet om in de Groesbeekse heuvels te pedaleren. Dozijnen boeken zijn geschreven over de coureurs die ondanks weer en wind er niet tegenop zien om twee honderd kilometer af te zien en die in de Tour de France, de Giro d'Italia of de Ronde van Spanje die onmenselijke inspanning dagenlang herhalen. Geen wonder dat renners verleid worden naar de kleine bidon te grijpen, waarvoor ze soms bij een louche veearts aankloppen, misschien juist bij een dierendokter om het beestachtige van hun beroep te benadrukken.

De Italiaanse auteur van surrealistische romans Dino Buzzati liet zich door Gino Bartali en Fausto Coppi tot De ronde van ItaliŰ inspireren en vergelijkt hun hero´sche strijd met het gevecht tussen Hector en Achilles uit de Griekse mythologie. Herman Chevrolet, jawel, een nazaat van de bouwer van dat prachtige automobiel, analyseerde in De Flandriens het bestaan van de noeste coureurs van het Vlaamse platteland die modder, kasseien en vermoeidheid trotseren om aan een kommervol bestaan te ontkomen.

Wielaert en zijn gasten kennen de mythes en de sociaaleconomische achtergronden waarin het wielrennen in Vlaanderen decennialang heeft kunnen gedijen. Om die te horen, om te huiveren en te verlangen komen in april een vijftigtal adepten driemaal naar de zolder van het Vlaams Cultureel Kwartier en kopen daarna bijvoorbeeld het prachtige boek De linkerbil van Bettini waarin ze fascinerende zinnen zullen lezen als 'Een mannenhand met een rood polshorloge gleed vanuit de ploegwagen langzaam naar buiten en wreef ÚÚn, twee keer, drie keer over de linkerbil van Bettini'.

De gasten die Jeroen Wielaert weet te strikken, hebben allure. Eerder ontving hij VRT-commentator Michel Wuyts, oud-coureur en schrijver Peter Winnen en de Vlaamse wielerdichter Willie Verhegghe. Dit jaar komen onder anderen Volkskrantjournalist Bert Wagendorp en de oud-coureurs Roger De Vlaeminck, Rini Wagtmans en Adri van de Poel.

Op maandagavond 5 april staat Stephan van Laere, schrijver van Mijmeringen over Frank Vandenbroucke, op het programma. Wat is er mooier dan met een brok in de keel te luisteren naar het relaas over de Belgische coureur Vandenbroucke die enkele maanden geleden stierf na een leven van kortstondig succes, waarin hij met geblondeerde haardos onnavolgbaar over de kasseien denderde op weg naar eeuwige roem, maar die uiteindelijk de spuit en de lokroep van het vrouwelijk schoon niet kon weerstaan?

Informatie: Vlaams Cultureel Kwartier Nijmegen

Renners sterven niet, door Willie Verhegghe

Renners sterven niet,
ze verdwijnen alleen maar uit het zicht
eens zij met niet te evenaren stijl
de laatste finish hebben overschreden
en de snelheid van het leven
hen met stijve spieren achterlaat.

Want koersen blijven ze,
ook al vallen hart en wielen stil,
zij gaan in duizend hoofden door
met duwen en nooit doodgaan,
hun zweet geeft blijvend glans
aan het asfalt.


meer columns ...

volgende