Word zelf filosoof: een wake-up call

In een tijd dat neuro- en cognitiewetenschappers een vraagteken bij onze vrije wil zetten door provocerend te poneren dat ons gedrag ons gewoon overkomt, doet Jan Bransen, hoogleraar Filosofie van de gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit, in zijn boek Word zelf filosoof een dringend beroep op ons om onze filosofische vaardigheden eens duchtig op te poetsen. De ideeŽn van zijn opponenten die het functioneren van het brein met moleculaire en beeldvormende technieken proberen te verklaren, staan dwars op die van de filosoof uit Nijmegen. Ze vragen dan ook om repliek en, hoewel het niet het eigenlijke thema van zijn boek is, krijgen ze die ruimschoots. Want het is de taak van een wetenschapper het waarheidsgehalte van hypotheses en conclusies voortdurend kritisch te bezien, niet alleen die van anderen maar ook die van jezelf. Een filosoof is nooit uitgedacht. Wij ook niet, als we het dringend advies van Bransen ter harte nemen.

Jan Bransen is geen voorstander van de harde exacte aanpak, maar van een zachte methode die voor traag en goed beargumenteerd denken pleit. In Word zelf filosoof spoort hij ons aan onze ingesleten begrippenkaders te herijken. Dat is hard nodig, vindt hij, want in het publieke debat worden meer dan eens slecht gefundeerde meningen geuit, en die worden door ons maar al te vaak als zoete koek geslikt.

In het hoofdstuk waarin hij zijn aanpak met de opzienbarende conclusies van de cognitiewetenschappers confronteert, laat Bransen zien hoe je met de analyse van begrippen en de relaties tussen begrippen je mening kunt onderbouwen. Dat is ook het doel dat Bransen met Word zelf filosoof heeft: 'Het engagement achter mijn pleidooi is vooral educatief van aard.'

Om filosofische vaardigheden draait het in Bransens boek. In het Filosofie Magazine van april zegt hij dat hij Word zelf filosoof uit verontwaardiging heeft geschreven. 'Ik had schoon genoeg van dat gepingpong van meningen (Ö ). We vragen elkaar niet meer waarom we onze mening hebben.' Het is volgens hem tijd om 'echte debatten' te voeren. Een wake-up call noemt hij zijn boek. Hij wil ermee de filosoof in ons wakker schudden en ons leren meer zorg te besteden aan de taal die we dikwijls zo achteloos gebruiken en waarmee we maar al te vaak een weinig doordachte mening ventileren. Bransen presenteert zes filosofische vaardigheden die hij met de nodige uit het leven gegrepen voorbeelden uit de doeken doet. Het zou te ver gaan die vaardigheden hier te behandelen. Soms overkomt het je dat de vrije wil een duwtje krijgt om naar de boekhandel te gaan, nietwaar?

Wat ik wel kwijt wil, is dat in heel het boek Bransens levensvisie doorklinkt. Dat is het sentimentalistisch humanisme. In de traditie van de Franse en Duitse Verlichting zijn we gewend onze moraal vanuit de redelijke principes van ons verstand te begrijpen en te vertrouwen op redelijke procedures. Bij ons heeft dit onder andere geresulteerd in fatsoen dat op onpersoonlijke en anonieme relaties is gebaseerd.

Dit rationeel humanisme heeft volgens Bransen zijn langste tijd gehad. Met de Schotse Verlichtingsfilosofen Adam Smith en David Hume pleit hij voor een samenleving waarin onze moraal te begrijpen is 'vanuit de natuurlijke sympathie van ons hart'. Sympathie, zoals die in de ouder-kindrelatie vanzelfsprekend is, is volgens Bransen een meer geschikt kompas om in onze multiculturele maatschappij samen te leven. Hij haast zich overigens te zeggen dat zijn visie op de moraal de rede niet uitsluit. 'Ik poneer een sentimentalistisch humanisme simpelweg als een aannemelijke, zij het controversiŽle visie.'

Word zelf filosoof verschaft de vaardigheden om eens goed over het sentimentalistisch humanisme na te denken, evenals over al onze ideeŽn waarmee we ons bestaan zin geven en ordenen. Filosofie moet je doen, zegt Jan Bransen. Geen slecht advies met de verkiezingsdebatten in aantocht.

meer columns ...

volgende