De laatste keer

Zou ik het doen? Ik stond voor het dilemma: of drie kwartier op de volgende bus wachten of liften. Tussen de uitlaatgassen bij de halte staan of in een café wat voor me uit zitten staren trok me niet. Liften dan, op mijn leeftijd? De laatste keer was jaren geleden. Wat zouden voorbijgangers niet denken als ze een man met grijzend haar en gekleed in een keurige zwarte regenjas bij de Nijmeegse Waalbrug zouden zien staan? Een aan lager wal geraakte zakenman die geen geld heeft om een aangepaste outfit aan te schaffen, of een door pech overvallen collega-automobilist die geen andere mogelijkheid heeft dan de duim te heffen?

Daar stond ik dan op de meestal uitgestorven liftplaats bij de Waalbrug, richting het parkeerterrein van de Waalsprinter op de N325 waar mijn auto geparkeerd stond. Met een déjà vu-gevoel en met een relativerende grijns, die een toeschouwer met een beetje levenservaring aan het denken zou moeten zetten, stond ik er alleen, want liften is sinds decennia uit de mode. Wat niet veranderd is, is de vluchtige blik waarmee automobilisten een lifter beoordelen, en meestal laatdunkend afkeuren. De persoon naast de bestuurder kijkt nog steeds met dezelfde lusteloze en chagrijnige uitdrukking op het gezicht passief de wereld in. Ik miste wel de Eendjes en R4's waarvan een lifter het vroeger moest hebben. Er trok nu een eindeloze eenheidskoek aan keurig gepoetste auto's aan me voorbij, tót, na een minuut of tien, een oude brandweerauto met hippe figuren met pluizige baarden en jonge meiden in minirok stopte. Op weg naar een poëziefestival in Almere vonden ze het de gewoonste zaak van de wereld om hun auto te delen en kennis met een vreemde te maken. Oude tijden herleefden. Zoals het de verbeelding betaamt, relativeerden ze het leven en zetten me aan het denken.

Bestaat zoiets als de laatste keer? 'Kijk goed', dacht ik toen ik bij een zonsopgang in de Sinaïwoestijn stond te liften, 'want dat zie je nooit meer.' Jaren later zag ik hetzelfde prachtige tafereel boven de Kopsehof in Nijmegen. Je kunt dus nogal wat vraagtekens bij de laatste keer zetten. Dat weten mannen van gevorderde leeftijd die dankzij viagra hét weer kunnen doen inmiddels ook. Die Italiaanse vrouw die jaren geleden met dank aan een vindingrijke gynaecoloog op haar zeventigste weer moeder werd, heeft dat ook ervaren. Zou filmster Liz Taylor bij haar vijfde huwelijk gedacht hebben dat er nog drie zouden volgen?

Ik schrijf nu mijn laatste column voor de honderdste en laatste nieuwsbrief van Boekhandel Polman. Hierna nooit meer. Finito, basta, Schluss, fini. Waarom denk ik dat zeker te weten? Komen ze bij Polman nog ooit terug op hun besluit maandelijks een papieren nieuwsbrief uit te geven, of gaan ze digitaal en schrijf ik dan elke keer weer mijn stukkie?

Waarom denk ik trouwens dat iets nooit meer zal gebeuren: heb ik daar zelf zeggenschap over, en ben ik altijd consequent in mijn laatste daad? Zat ik niet pas in een bestuursvergadering, ondanks mijn stellige voornemen nooit meer één stap in die wereld te zetten? Er zit niets anders op dan af te wachten of de laatste keer dat ik om een lift gebedeld heb, ook de laatste keer was dat ik gelift heb. Maar dit was wel mijn 79e en laatste column voor Boekhandel Polman. Zeker weten.

meer columns ...

volgende