Is dat rechtvaardig?

In een socratisch gesprek is het de bedoeling een uitgangsvraag aan de hand van een voorbeeld te beantwoorden. Te beantwoorden is te sterk uitgedrukt, want een praktisch filosofische dialoog eindigt zelden, zo niet nooit, in een antwoord waarmee alle gespreksdeelnemers het onomstotelijk eens zijn. Meestal zet een socratisch gesprek ertoe aan om een ingenomen standpunt onder de loep te nemen en het aan de visie van anderen te toetsen.

Mijn casus
Afgelopen week maakte ik een voorval mee waaraan ik me bijzonder ergerde. Is dit rechtvaardig? vroeg ik me af. Twee jaar geleden zond ik alle gemeenten in de provincie Gelderland een mailing waarin ik communicatiemedewerkers die regelmatig voor hun burgemeester of een ander ambtelijk persoon toespraken schrijven, aanbood ze in deze materie te trainen. Met een dergelijke training heb ik ruime ervaring. En gemeente, waarvan ik de naam niet noem, reageerde belangstellend en vroeg een offerte te schrijven. Enthousiast zette ik me aan het werk en enkele dagen later lag het voorstel in de mailbox van de betreffende ambtenaar. Gewoontegetrouw belde ik of mijn offerte goed was aangekomen. 'Zeker', kreeg ik te horen, maar gezien personele problemen zou mijn offerte even blijven liggen.

Enkele maanden later belde ik opnieuw - als ZZP'er moet je per slot van rekening voor je werk knokken -, met hetzelfde resultaat. Zo ging dat bijna anderhalf jaar lang, met tussenpozen van vijf tot zes maanden. Uit het antwoord van de ambtenaar maakte ik op dat er kansen voor mij waren.

Een maand geleden kreeg ik een e-mail met het verzoek om mijn offerte aan gewijzigde eisen aan te passen. Bovendien zou de gemeente, volgens de procedure van openbare aanbesteding, ook anderen uitnodigen een offerte in te dienen. Toen begon bij mij een lampje te branden, want het zou me toch niet overkomen dat ik een gemeente op het idee breng een training speechwriting te organiseren, dat ik regelmatig contact opneem en dat een concurrerend bureau met de buit ervandoor gaat?

En ja hoor, een concurrent krijgt de voorkeur en gaat met mijn idee aan de haal. Ik voelde me verneukt, en niet zo zuinig ook.

Argumenten
De gemeente heeft juist gehandeld, want ze handelde volgens haar protocol en heeft het volste recht, hoewel mijn aanbod volgens de ambtenaar niet van kwaliteit gespeend was, de voorkeur aan een ander te geven. De gemeente had mij bovendien niets toegezegd.
Maar was het niet rechtvaardig geweest mij die training te gunnen? Hadden mijn initiatief en inspanning, naast criteria als kwaliteit en prijs, bij het toekennen van de opdracht geen rol moeten spelen?

De vraag
Gaat het bij het toekennen van een opdracht alleen om criteria als kwaliteit en prijs of mogen ook niet formeel te omschrijven 'zachte' criteria als sympathie en waardering een rol spelen?

Een mooie casus voor een socratisch gesprek!