Is genot de basis van het bestaan?

Michel Onfray als inspirator van het Filosofisch Café Arnhem

Michel Onfray is een Franse wijsgeer die de filosofie uit de studeerkamer haalt door zich op het leven van alledag te baseren. Een ideaal figuur dus om ons door hem in het Filosofisch Café Arnhem [17 januari 2012, brasserie Dudak] te laten inspireren, immers, in het café houden we ons vooral met praktische filosofie bezig, waarbij we vanzelfsprekend het wijsgerig academisch gedachtegoed niet uit het oog verliezen.

Volgens Onfray is het onze plicht te genieten. Elk ethisch handelen vindt zijn grondslag in genot. Onfray woont in het Normandische Argentan waar hij zijn Universiteit van de Smaak heeft. In het Filosofie Magazine pareert hij de suggestie dat het bij genot om oppervlakkigheid en decadentie gaat. ‘Mensen kunnen hier [PT: de smaakuniversiteit] misschien een begin maken om hun smaak terug te vinden: een nieuwe verhouding met de wereld, met de kosmos, met de dingen, met de mensen. En met zichzelf.’ Onfray startte zijn universiteit in de stadsmoestuin van Argentan, tegenwoordig ontvangt hij zijn vele gasten in een grote circustent.

Zijn grote inspirator, de Griekse wijsgeer Epicurus [341-271] hield ook van de buitenlucht en filosofeerde in een tuin in de buurt van Athene. Niet alleen mannen maar ook vrouwen en slaven waren er welkom. Nogal opmerkelijk, want beide laatste categorieën waren toentertijd weinig in het openbare debat aanwezig. Plato en Aristoteles bijvoorbeeld onderhielden zich alleen met mannen.

Ook Epicurus beschouwde genot als uitgangspunt van zijn leer, wat hem de naam van een hedonistisch levensgenieter opleverde. Ten onrechte. De hoogste vorm van genot is volgens Epicurus rust, en niet je mateloos volproppen met aardse geneugten. In die toestand is een mens vrij van fysieke ongemakken en psychisch ongerief. Dat vraagt om beheersing. ‘Het genot is het begin en het einde van een gezegend leven’ ….. ‘Ik weet niet hoe ik me het goede zou kunnen voorstellen als ik afzie van de genietingen van de smaak en van de liefde en van het gezicht en het gehoor’ [Epicurus geciteerd door Bertrand Russell De geschiedenis van de Westerse wereld, p. 273].

Elenchus: het proces van testen en weerleggen
Het begrip genot zorgde in ons filosofisch café direct voor de nodige verwarring. Kennelijk kleeft aan het begrip een niet al te sympathieke connotatie waarmee eeuwen geleden Epicurus al geconfronteerd werd en waardoor tegenwoordig Onfray moet uitleggen dat zijn Smaakuniversiteit geen pleidooi voor consumptisme is. Ook in het café werd door menigeen genot met ongebreideld hedonisme geassocieerd.
Het is een gecompliceerd begrip, wat bleek toen een aanwezige beweerde dat ze, ondanks chronische pijn, van deze avond van het café toch kon genieten, met andere woorden, genot hoeft geen continue geestestoestand te zijn. Er waren trouwens meer mensen met een chronische kwaal die zich door het gespreksonderwerp uitgedaagd voelden. Kun je genieten als je altijd pijn hebt of door ander ongerief belemmerd wordt? De aanwezigen waren het erover eens dat genieten geen individuele bezigheid hoeft te zijn, maar dat je ook samen kunt genieten.

Voorbeeld: vrijen doe je samen
Ons filosofisch café is gebaseerd op de socratische methode. Dit impliceert dat de deelnemers zich niet op filosofen, autoriteiten of hypothetische situaties baseren, maar dat, in de traditie van Socrates, een voorbeeld uit het eigen leven onderwerp van gesprek is. Vanzelfsprekend sluit dit voorbeeld aan bij de uitgangsvraag van het gesprek. Best moeilijk als je, zoals in het gesprek over genot, met 50 personen een dialoog probeert te voeren. Ook moedig als je je in een groot gezelschap bloot durft te geven.
Eén man had daar weinig moeite mee door met een heel pikant praktijkvoorbeeld te komen. 'Vrijen is samen genieten’, beweerde hij tot grote hilariteit van het café, van een deel althans want er waren nogal wat mensen die niet al te enthousiast waren. Hoewel niemand in de details van het voorbeeld geïnteresseerd was, wist de voorbeeldgever zijn uitspraak aardig te onderbouwen. In de stelling dat seksualiteit niet altijd een eenzame begigheid is, kon men zich best vinden. Jammer trowuens dat het voorbeeld maar oppervlakkig uitgewerkt werd, want daardoor kregen de aanwezigen opnieuw de kans zich achter vage en onpersoonlijke abstracties te verschuilen. Om dit gevaar te bezweren was dit voor mij als gespreksleider aanleiding om bepaalde mensen persoonlijk aan te spreken.

Aporie: verwarring & nog meer vragen
Op een uitzondering na wordt ons café bevolkt door blanke vijftigplussers, de verhouding man-vrouw is fifty fifty. Deze avond zag ik twee Surinamers en onze vaste bezoekster van Oekraïense origine had een bekende meegebracht, wat jonger en ook van Oost-Europese afkomst. Interessant om de mening van deze mensen te horen.
Ook zij konden zich vinden in het individuele én gezamenlijke karakter van genot. Maar zij voegden een derde kenmerk toe: de context en de culturele omgeving. Zowel de Surinaamse als de Oekraïense signaleerde dat de gezamenlijkheid van het genieten in hun land van oorsprong een belangrijke plaats inneemt. Gemeenschapszin speelt daar kennelijk een grotere rol dan bij ons.

meer columns ...

volgende