Heideggers vraag naar de techniek

Het thema van de Maand van de filosofie over techniek en utopie ‘Technopia' was voor uitgeverij Vantilt aanleiding Mark Wildschut te vragen Die Frage nach der Technik (1954) van de Duitse filosoof Martin Heidegger opnieuw te vertalen. Gerard Visser, hoofddocent cultuurfilosofie aan de Universiteit Leiden, schreef een commentaar bij Heideggers moeilijk te doorgronden verhandeling. Heideggers voordracht heeft volgens Visser nog niets aan actualiteit ingeboet, want de invloed van technische verworvenheden en de manier waarop ze ons bestaan vormgeven, zijn alleen maar toegenomen. Al meer dan een halve eeuw geleden vatte Heidegger het probleem kort en bondig samen: ‘Het ergst zijn we aan de techniek overgeleverd als we haar als iets neutraals beschouwen; want die opvatting, die men vandaag de dag bijzonder graag huldigt, maakt ons volslagen blind voor het wezen van de techniek.'

Nog lang nadat hij het toneelstuk Eindspel van Samuel Beckett (1906-1989) had gezien, bleef de vraag van een van de acteurs ‘wat gebeurt er?’ Gerard Visser bezighouden. Het antwoord ‘iets gaat zijn gang’ maakte zijn verwarring alleen maar groter. ‘Beckett stelt een vraag aan de orde die pregnant is voor de twintigste eeuw. Een vraag die, denk ik, geen antwoord kent.’ Geeft Bechett uiting aan het angstaanjagende van een onzekere existentie, in Die Frage nach der Technik spitst Heidegger het probleem toe op de techniek die toen al een steeds belangrijkere rol in ons bestaan opeiste. ‘Er gebeurt iets onzichtbaars, iets waar we geen grip op hebben’, verwoordt Visser het gevoel van onbehagen. ‘Dringt de techniek geruisloos ons leven binnen, accepteren we dat zonder protest of blijven we ons voortdurend vragen stellen over de invloed van de techniek?’

Vertwijfeling
Voor Gerard Visser is het antwoord op die vraag duidelijk. Al meer dan twintig jaar geeft hij college over Die Frage nach der Technik, omdat de invloed van de technologie alleen maar groter en ongrijpbaarder wordt. ‘Ook mijn studenten die mijn avondcolleges volgen en vaak uit een technisch beroep komen, geven aan dat Heidegger iets wezenlijks aan de orde stelt waarin ze in hun vak iets mee kunnen. Het gaat dan vooral om de houding die de mens ten opzichte van de techniek moet innemen.’ De vraag ‘wat gebeurt er?’ zal zich volgens Visser altijd blijven herhalen.

In zijn boek Heideggers vraag naar techniek, een commentaar grijpt Visser terug op de klassieke filosofen als Aristoteles die al in zijn Metaphysica constateerde dat de mens, in tegenstelling tot andere levende wezens, zich ook in stand houdt en zich ontwikkelt door de techniek. Aristoteles laat het niet bij deze constatering als hij schrijft ‘De vraag die men van oudsher stelt en die men altijd zal stellen, en die ons altijd zal blijven verontrusten, is de vraag ti to on - wat is het zijn van een zijnde - dit is de vraag: tis hè ousia - wat is het wezen van een zijnde'.

Als het maar werkt
Visser betwijfelt of deze vraag ons nog altijd verontrust. Tot zijn spijt constateert hij namelijk dat de moderne natuurwetenschap sinds Galileo Galileï ‘geen boodschap meer heeft aan zoiets als een wezensbegrip’. ‘De fysicus kan zich het hoofd breken over de vraag hoe iets werkt, maar de vraag naar het zijn of het wezen van iets, daarover kan hij het hoofd alleen maar schudden. Als het maar werkt’. Maar zonder reflectie is de mens gereduceerd tot een functie in een proces waarvan het enige doel het proces zelf is. Met deze attitude wordt de mens een willoos object en een speelbal van wat de techniek met hem voorheeft. De vertwijfeling die uit de vraag ‘wat gebeurt er?’ klinkt, kan volgens Visser niet vaak genoeg gehoord worden, maar hij vreest dat het antwoord meestal zal zijn: ‘Alles functioneert.'

Over de auteur:
Gerard Visser is hoofddocent cultuurfilosofie aan de Universiteit Leiden en auteur van onder meer Gelatenheid. Gemoed en hart bij Meister Eckhart (2008), Niets cadeau. Een filosofisch essay over de ziel (2009), Water dat zich laat oversteken (2011) en In gesprek met Nietzsche (2012).
meer columns ...

volgende