De kunst van het vreedzaam vechten - Hans Achterhuis en Nico Koning (2014)

Vroeger had je van die saaie filosofieboeken, zoals die van Delgaauw en Störig, die chronologisch de geschiedenis van de westerse filosofie opsomden. Alleen al de lay-out maakte het dat je met lange tanden aan de taaie, verplichte tentamenstof begon. Nee, neem dan De kunst van het vreedzaam vechten, in 2014 door Hans Achterhuis en Nico Koning gepubliceerd als een soort deel twee van Met alle geweld, geschreven door Achterhuis alleen.

Het fantastische van de aanpak van beide auteurs van Vreedzaam vechten is hun thematische invalshoek, geweld, waarmee ze een groot aantal filosofen-door-de-eeuwen-heen spelenderwijs opvoeren en zo op aantrekkelijke en leesbare manier een introductie in de filosofie verzorgen. Tegelijk zetten ze hun ideeën over geweld en de rol ervan in de ontwikkeling van de samenleving uiteen.

Opvallend is hun idool de Franse wijsgeer René Girard die met zijn mimetische begeerte en mimetisch geweld als een rode draad door het 671 pagina's tellende boek loopt: het verlangen en de afgunst, ook in positieve zin, als drijfveren van menselijke actie en, niet altijd, vooruitgang.

De kunst van het vreedzaam vechten is een rijk boek. Behalve filosofen - de contrasten over geweld tussen Plato en Aristoteles bijvoorbeeld, behandelen Achterhuis en Koning literatuur, romans en poëzie - wie herinnert zich nog het Gilgamesj-epos? - om hun betoog over het beteugelen van geweld kracht bij te zetten. Een langzaam proces van opbouwen van instituties, mentaliteit en regels dat eeuwen heeft geduurd en waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Tot die tijd zal het aanmodderen blijven, tussen individuen, tussen staten en opvattingen over wat het goede en vreedzame leven is.

Het videoverslag van het gesprek over het boek tussen Hans Achterhuis en Joris Voorhoeve is binnenkort te zien op de website van ISVW.



meer columns ...

volgende